Preek 9 Juni

Een ervaring armer of rijker…. Overdenking op zondag 9 juni over Lukas 7:36-50

Lieve mensen,
Het verhaal dat Lukas ons vanochtend vertelt komt alleen bij hém zo voor. Al de drie de anderen hebben óók het verhaal van een vrouw die Jezus zalft met kostbare olie, maar dat is echt een ánder verhaal. Ik zal dat even kort uitleggen.
Mattheüs, Marcus en Johannes vertellen dat Jezus wordt gezalfd vlák voor zijn arrestatie in Jeruzalem. Ze vertellen alle drie dat de zalving plaatsvindt in Bethanië. Dat dorpje ligt vlakbij Jeruzalem, pak ‘m beet op zo’n vijf kilometer. Alleen Johannes vertelt in zijn verhaal over Jezus er een naam bij: Maria, de zus van Martha en Lazarus. De andere twee – Mattheüs en Marcus – geven géén naam. Er zijn nog wel wat meer verschillen tussen die drie onderling, maar dit zijn zo de belangrijkste.
Lukas vertelt óók een verhaal over een vrouw die Jezus zalft. Maar het is écht een ander verhaal. Het speelt ergens in Galilea, in het noorden van Israël. En Jezus is nog helemaal niet onderweg naar Jeruzalem. Integendeel, Hij is aan het rondtrekken en zijn ster is op een bepaalde manier rijzend. Bij ons komen er steeds meer “bekende Nederlanders” – waarvan ik de helft niet ken – Jezus wordt in korte tijd een “bekende Galileeër”. En allerlei mensen zijn dus heel nieuwsgierig naar hem. In het bijzonder de religieuze elite. Want Jezus praat véél over God, de God van Israël en dat doet Hij op een heel aansprekende manier. Talloze mensen volgen Hem, zijn nieuwsgierig en in zekere zin krijgt Hij meer mensen achter zich aan dan de Farizeeërs en de andere mensen uit de synagoge in die dagen.
Het is dan ook uit een soort van nieuwsgierigheid dat een zekere Simon – een Farizeeër – Jezus uitnodigt voor een maaltijd. Maar in alles hoe hij naar Jezus doet proef je een soort van “kat uit de boom kijken”. Of eigenlijk: ik vind dat ik zo ongeveer moet weten wie jij bent, maar ik geloof niet dat ik zo blij met je ben.
Hoe Jezus dat merkt? Wel, aan de ontvangst. Die is niet zo bijster hartelijk. In Galilea in die dagen ligt er geen asfalt; het is er droog, de wegen zijn er stoffig en het is warm. Mensen lopen in een soort van sandalen mét blote voeten en dat betekent dat die voeten bepaald niet fris zijn na een stuk lopen. Het eerste dat dan bij gastvrijheid hoort is dat je dan je gasten de gelegenheid biedt om hun voeten te wassen. Dat laat je óf door een dienstmeisje doen óf door die gasten zelf, maar je biedt het aan. Het is net zo vanzelfsprekend als dat wij bij binnenkomst tegen je gast zeggen “ga lekker zitten”. Wij laten iemand ook niet staan. Dat is bot.
Het tweede waaruit de reserve blijkt is dat Jezus geen kus krijgt bij het binnenkomen. We kennen allemaal de manier waarop oosterse mannen elkaar begroeten tot op de dag van vandaag. Wij geven elkaar bij het kennismaken een hand en stellen ons voor aan elkaar. Doe je dat niet…., dan gedraag je je onbeschoft. Wel op dezelfde manier doet deze man dat naar Jezus. Geen kus is geen groet, geen kennismaking. Ik wil je eigenlijk niet zien….
En dan is er deze vrouw, die binnenkomt. In de stad – we weten niet welke stad het is, dat vertelt Lucas niet – staat ze niet goed bekend. Of anders: ze staat bekend als zondares. Het is in zekere zin bijzonder dat ze geen naam krijgt en de Farizeeër – hij heet Simon – wél. In bijvoorbeeld de gelijkenis van de arme Lazarus krijgt Lazarus een naam en de rijke man niet. Hier is het in zekere zin andersom: Simon – een vooraanstaande man in zijn dorp of stad, een man van naam – krijgt wél een naam, de vrouw niet. Maar, ook al krijgt de vrouw géén naam, zij komt wél in een positief daglicht te staan en Simon niet. De laatste wordt de eerste, de eerste de laatste. En dat is wel eigenaardig, want Simon hoort écht bij de elite, de eersten dus, en die vrouw hoort bij de “onderkant”, de laatsten. Voor Jezus gaat dat anders liggen.
Laten we om te beginnen maar wat focussen op deze vrouw. Dan komen we straks nog wel bij Simon terug. Eerlijk gezegd: ik vind het mooi dat ze geen naam krijgt. En in zekere zin vind ik het ook mooi dat er niet wordt verteld wát ze gedaan heeft aan “zonde”. Misschien is het goed om te zeggen dat het Griekse woordje voor zonde uit de wereld van de pijl en boog komt. Letterlijk betekent het “je doel missen”. Iemand schiet een pijl af en die pijl gaat een beetje naast de roos of twee beetjes. Of misschien wel totaal uit de richting, een grote misser. Als we nu zeggen dat het hoofddoel, waar wij als mensen voor bedoeld zijn is dat we God liefhebben en onszelf liefhebben én de ander liefhebben, dan moet het daar dus ergens mis zijn bij deze vrouw. Je kunt daar van alles bij voorstellen en bij bedenken.
Maar Lukas omschrijft het niet en Jezus nog minder. Ik vind dat eigenlijk een voorbeeld van integriteit. Van zorgvuldigheid. Wij denken hier ook altijd heel goed na over wat zet je wel en wat zet je niet op kerknieuws. En ambtsdragers – ouderlingen, diakenen en predikanten – hebben zwijgplicht. Daarom komen er in de regel alleen maar dingen op kerknieuws te staan als geboorte, ziekte, jubilea en overlijdens. Of Hilko Klinge moet tot koster worden benoemd, dat komt dan weer wél op het kerknieuws. Dat betekent niet dat er niet van alles onder ons leeft en gebeurt. Ook zaken waarmee we soms echt het doel missen. Vreemdgaan, kampen met verslaving, soms geweld in huizen, roddelen, schulden maken en belasting ontduiken. Ik ga het verder niet opnoemen, maar het zijn die dingen waarvan je wellicht denkt als je vanochtend zo rondkijkt, dat ze niet 1,2,3 hier in wijk Baalder gebeuren, ook onder ons. Maar het gebeurt dus soms wel. Alleen het komt niet op kerknieuws en terecht niet. En precies dat heeft te maken met hoe Lukas hier zijn verhaal opschrijft. Een zondares…… Een mens die in een aantal opzichten blijkbaar goed mis heeft geschoten in haar leven. Waarin? Niet interessant.
Hoe heet ze? Ook al niet interessant! Johannes vertelt in zijn verhaal – vlak voor het sterven van Jezus – wél een naam: Maria, de zus van Martha. Maar van Maria staat voor de rest niet dat er iets mis was met haar. Sterker nog, Lukas noemt haar in zijn verhaal ook gewoon bij naam in dat bekende verhaal waarin Martha zo nijdig wordt op Jezus en Maria, omdat Maria maar zit te niksen. Maar Jezus zegt dan “Maria heeft het juiste deel gekozen”. Lukas ként Maria dus wel. Maar deze vrouw noemt hij niet én hij zegt ook niet waar ze dus mis zat.
Wél vertelt Hij – en dat is waar het onder andere om gaat – dat deze vrouw enorm veel liefde aan Jezus geeft. En bijvoorbeeld niet aan Simon. Dat is opmerkelijk, want beiden zijn “Godkenners”, zowel Jezus als Simon. Blijkbaar voelt deze vrouw aan, heeft ze voldoende over Jezus gehoord, dat ze zich veilig genoeg waant om zomaar – in het huis van Simon! – binnen te stappen en op Jezus af te gaan en haar hart en haar liefde bij Hem uit te storten. Niet bij Simon, en misschien zou dat Simon zelf aan het denken moeten zetten. Simon weet heel goed wie deze vrouw is; weet waar ze de mist in gaat en waar haar leven z’n doel mist. Maar blijkbaar is het niet in hem opgekomen – de Godsman – om te kijken hoe hij haar kan helpen.
Blijkbaar zijn de verhalen over Jezus bij deze vrouw zó binnengekomen, dat ze bij Hem wél voelt: met mijn verhaal, met alles in mij, kan ik bij Hem terecht. Bij Hem weet ik hoe God is. Een schoot van ontferming, een hart vol begrip, een vat vol liefde in plaats van een vat vol onbegrip. Of om het grote woord te noemen, dat zo’n centrale rol speelt “vergeving”. Te horen krijgen, dat je verleden voorbij is, vergeven van God en je een nieuwe kans krijgt.
Ze geeft Hem kostbare olie op zijn hoofd – dat had Simon ook al niet gedaan en ook dát deed je naar je gasten wél – ; zijn voeten wast ze met haar tranen. Blijkbaar heeft ze al ontzettend lang met haar ziel en verdriet onder haar arm rond gelopen. Vast in zichzelf, verdrietig over de missers in haar leven. Maar dúrf ik dat kwijt? Waar kan ik mezelf kwijt……?
En dan zegt Jezus iets bijzonders en daarmee zijn we als het ware in de kern van het hele verhaal. Het is zowel in het Grieks – waarin Lukas schrijft – als in het Nederlands bijzonder. Ik laat het nog een keer zien: 47 Daarom zeg ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.’
Haar zonden zijn haar vergeven WANT ze heeft veel liefde betoond. Je zou denken: “haar zonden zijn haar vergeven en daarom gáát ze nu – als een soort van dank – veel liefde geven aan anderen”. Maar hier zegt Jezus dus het omgekeerde “haar zonden zijn vergeven WANT ze heeft veel liefde betoond…. Hoe moeten we dit nu begrijpen?
Ik denk dat het geheim ergens hier zit – en daarover hebben we het ook gehad met de mensen van de baalderdienstcie. In bijna ieder leven zijn er donkere dingen. Soms heeft dat te maken met ziekte, met dood. Dingen die je wél op kerknieuws zet. Soms heeft het ook te maken met dingen die je liever niet op kerknieuws zet. Dingen in je leven waarin je vastloopt. Iemand die van zichzelf dacht “ik word nooit overspannen, dat zijn altijd van die zwakkelingen, die dat overkomt en je werd het tóch”. Iemand die dacht “vreemdgaan, ik nooit…..” Kortom, periodes waarin je jezelf tegenvalt. Vies tegenvalt…. Waarin je soms anderen tegenvalt en misschien wel pijn doet. Velen van ons maken zoiets wel eens mee. Of vaker.
En dan. Hoe kom je dáár dan door? Hoe reageert je omgeving op je? Deze vrouw over wie Lucas vertelt, ervoer heel veel onbegrip. Ze snákte naar wél begrip, in elk geval naar iemand die haar niet afwees en veroordeelde. Als het jou gebeurt in dat soort tijden dat je wél een open oor en een open hart vindt en daarin écht iets van God – want daar ontmoet je dan wat mij betreft écht de Here God – ervaart, dan kán het niet anders dan dat dat je diep beïnvloedt. Liefde die je krijgt, acceptatie die je voelt en die iets met jóu doet. Laat me het concreet maken: de mens die wél overspannen werd en herstelde, die gaat zeggen “ik weet nu hoe het voelt; wat ben ik stom en blind geweest dat ik niet in de gaten had dat ik zó over m’n grenzen heenging. Wat was ik naar voor mijn omgeving toen ik iedereen afsnauwde in mijn overspanning. En ook: wat heb ik anderen soms keihard veroordeeld. Ik schaam me diep…. En ik snap nu meer van het leven. En van God en van barmhartigheid en mildheid”
Of: de mens die vreemdgaan altijd veroordeelde en tot zijn verbazing zelf over zijn of haar oren verliefd raakt én een slippertje of meer maakte. Die na een flinke therapie zichzelf en z’n zwakheden beter kent en daardoor ook milder is voor anderen.
Daar gaat het thema over, daar gaat dit vers over. Als je in zo’n put raakt, dan is dat vreselijk. Misschien wel illusies over jezelf armer. Maar als je daar doorheen komt, als je voelt wat vergeving is, wat aanvaarding is van jou met je beperkingen, dán kan het ook een ervaring rijker zijn. En precies dáárover heeft Jezus het in dat zinnetje.
Wie veel vergeving heeft gekregen, wie door het leven is geleerd, wie van God heeft geleerd wat aanvaarding, nieuwe kans is, die ráákt daardoor positief beïnvloed. Milder naar zichzelf, milder naar anderen.
Nu moet ik nog inzoomen op dat “door God vergeven”. Hoe werkt dat? Hoe gaan mensen dat merken? Dat laat zich nooit helemaal verklaren en inkaderen, maar ik kan er wel wat over zeggen. Twee dingen:
– We hebben aan het begin het stuk van Johannes gelezen. Dat heb ik bewust gedaan, omdat dat één van de antwoorden is. Wat Johannes daar schrijft, zo werkt het: Niemand heeft ooit God gezien, maar als wij elkaar liefhebben blijft God onder ons en in ons. Heel concreet: als wij hier met elkaar een gemeenschap vormen die lijkt op de houding van Simon de Farizeeër, dan kan de God van Jezus niet goed onder ons zijn. Dan zullen mensen die met donkere dingen rondlopen niet snel daarmee naar voren komen. Uiteraard niet in het openbaar, bij iedereen, maar ook niet bij enkelingen. Vergeving, aanvaarding, dat kunnen mensen gaan ervaren als andere mensen dat laten merken. Dat ze je niet laten vallen, maar van je blijven houden. Wat donker is niet goed praten, wat missers zijn in je leven niet recht praten, maar jou als mens niet laten vallen en ook zien dat je meer bent als persoon dan het donker dat je deed. Je zó laten voelen dat je er mag zijn! En daarin werkt God door, daar ben ik van overtuigd. Mensen kunnen dan toegroeien – dat is soms een heel proces – naar een nieuwe manier van leven.
– Een tweede is dit: soms zijn er inderdaad situaties waarin mensen rechtstreeks aan God vragen: God, ik zat fout. Vergeef me. Soms gebeurt het mij als predikant dat mensen vragen of ik dat met ze wil doen, gewoon zeggen wat er fout zat en vragen of God ze wil helpen een nieuw begin te maken. Dat kan een enorme opluchting zijn. Dat verbaast me iedere keer weer. Er gebeurt dan iets dat groter is dan wij tweeën samen. Maar het lijkt eigenlijk precies op wat ik daarnet zei. Het begin van een nieuw begin, want dan valt er soms nog wel het één en ander op te ruimen en te herstellen. Maar het begin is er: de opluchting van niet veroordeeld te worden, maar begrepen en vergeven te worden.
Vergeving, echte vergeving, als we door dalen heenkruipen, is iets bijzonders. Je raakt misschien wat illusies over jezelf kwijt. Een illusie armer, of meer dan één. Maar als je ervaart wat aanvaarding, wat vergeving, wat hartelijkheid met je kan doen, dan ben je écht óók een ervaring rijker. Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.