Overdenking over leren

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,

Dit is een foto waar ik altijd vrolijk van word. Mijn zoon Piet-Cees en ik proberen iedere vrijdagmiddag aan het einde van de middag samen te squashen. Dat is natuurlijk een gezellig vader-zoon ding én het is gezond én we vinden het beide leuk, squashen. Vaak gaat het heel gelijk op, soms win ik – zie deze foto – soms wint Piet-Cees. Het valt niet altijd mee op dat op vrijdag te doen. We hebben het allebei druk, dus het vraagt een soort discipline: we vinden het allebei belangrijk én leuk, maar dan moet je er ook tijd voor vrij maken. Dat lukt niet altijd. Trouwens, heel soms zijn we allebei of één van de twee zo moe, dat we een keer overslaan of dat het spelen een keer prut is. Maar ondanks dat, we willen het wél volhouden. En soms moeten we dus oppassen dat het niet verslonst.

Geloven heeft iets van squashen, als het goed is. Vandaag wordt Marjan de Vries ouderling en ik vond het deze week prachtig om bij haar te zijn. Marjan zei: ik heb hier gewoon zin in, ik vind het prachtig om te gaan doen. En, nog leuker, ze zei: ik heb het beleidsplan gelezen en voordat ik dat ging doen, dacht ik bij mezelf “een beleidsplan…., dat wordt saai”, maar ik vond het hartstikke mooi.

Squashen doe je omdat je het mooi vindt, geloven doe je ook omdat je het mooi vindt. In mijn familie aan de van der Wellenkant ben ik één van de weinigen die nog iets met kerk en geloof doet. Dat komt omdat de meeste van mijn neven en nichten een stuk ouder zijn en altijd het gevoel hadden dat geloven en kerk zijn vooral móest en niet iets was wat je graag zelf deed. Vroeger was het ook zo, vooral moeten en weinig mogen. Ik ben blij dat ik vaak van mensen hoor, dat jullie hier graag zijn! Geloven en dwang gaan niet samen. Geloven heeft te maken met liefde, van harte. En liefde wil niet dwingen.

Jullie zien hier een foto van een gelovige Jood. Je ziet hier dat hij een soort doosje op zijn hoofd heeft en datzelfde doosje zit vast aan de gebedsriemen die hij omheeft om zijn linkerhand. Dat doosje zit zo op die manier dicht bij zijn hart. In dat doosje zit deze tekst – die Frederik heeft gelezen: Volk van Israël, luister goed. De Heer, onze God, is de enige God! 5Houd van hem met je hele ​hart, met je hele ziel, en met al je kracht.

6Vandaag zal ik jullie de regels van de Heer geven. Onthoud ze goed, vergeet ze niet! 7Zorg ervoor dat jullie ​kinderen​ ze goed leren. Blijf ze herhalen, thuis en onderweg, als je naar ​bed​ gaat en als je weer opstaat.

8Schrijf de regels op en bewaar ze goed. Schrijf ze op een band die je om je arm doet. En schrijf ze op een band die je om je voorhoofd draagt.

Dat eerste deel is het eerste en grote gebod. Hou van God. Want – zeg ik erbij en dat zeg ik Jezus en de bijbel na – God houdt van ons. En, zo voegt Jezus er nog bij als Hem wordt gevraagd wat voor God nou het belangrijkste is: hou ook van anderen zoals je van jezelf houdt. Liefde van God, liefde voor God, liefde voor jezelf, liefde voor anderen, daar draait het om in het leven, daar draait het als het goed is om in het geloof én in de kerk dus ook.

Hoe leer je dat, liefhebben? Dat leer je misschien allereerst alleen maar zó, omdat liefde en God wat voor je betekenen. Als je nooit voelt dat squash leuk is, maar alleen maar vervelend, dan wordt het niet wat. Dat is het eerste. En dan moet je het spelletje leren…. De spelregels, de slagen, de tactiek, doorzetten om je tegenstander te verslaan, incasseren dat je verliest. Eigenlijk is dat precies wat Deuteronomium zegt: vertel daarover aan elkaar, aan je kinderen, onderweg in je leven. Probeer in het leven van alle dag te laten zien, dat leven met God, leven uit liefde de moeite waard is. Doe dat op een ontspannen manier – God houdt van je, je hoeft je niet beter voor te doen – , maar probeer het ook niet te laten verslappen.

Zo leert Jezus het zélf ook. Wij hebben net Kerst gevierd. Jezus wordt geboren als een klein kind. Een baby moet alles leren. Jezus ook. In het evangelie van Johannes wordt Jezus vooral als goddelijk getekend: Hij weet alles al, omdat Hij van God komt. Dat is altijd een raadsel met Hem. Wie is Hij nou precies geweest? Hoe zit dat met dat Hij van God komt, dat Hij ook zo mens is? Lucas is degene die Hem het meest tekent als mens: zijn geboorte wordt uitgebreid verteld en dan begint de opvoeding, het leren mens te worden. En dat gebeurt vanuit het Joodse geloof: op de achtste dag wordt Jezus besneden en krijgt Hij zijn naam. Op de 40e dag gaan Maria en Jozef naar de tempel  en brengen daar een reinigingsoffer na de zwangerschap. En op diezelfde dag wordt Jezus net als ieder eerstgeboren zoon gewijd aan God en brengen ze een offer aan God. Zeg maar hún kerkelijke bijdrage, twee duiven. Anderen betalen een bokje, want die mensen kunnen zich meer veroorloven. Eigenlijk precies als bij ons bij kerkbalans. Je geeft wat je kúnt geven. Je wordt niet overvraagd, maar je geeft wel wat je hebt, uit liefde.

En als Jezus twaalf is, dan gaat Hij voor het eerst – net als andere jongens mee naar de tempel. Dat doen zijn ouders al jaren, zo vertelt Lucas:  39Toen ze alles overeenkomstig de wet van de ​Heer​ hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats ​Nazaret. 40Het ​kind​ groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods ​genade​ rustte op hem.

De twaalfjarige Jezus in de tempel

41Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. 42Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht.

En – nog een klein stukje verder – als Jezus groot is geworden en Hij een keer in Nazareth is gaat Hij volgens zijn gewoonte naar de synagoge.

Als je dus kijkt hoe Jezus de Jezus wordt die Hij is en hoe Hij voor mensen van betekenis is, dan zit hier ergens het geheim: zijn ouders geven Hem een liefdevolle opvoeding waarin geloof een sterke rol speelt, ze leren Hem daarmee met God omgaan en de waarden en de normen. En ze leren Hem blijkbaar ook de goede vragen stellen en discussiëren zoals Hij dat doet met de priesters in de tempel als Hij 12 jaar is.

En nu hoop ik ergens zo dat het ons lukt om zo’n omgeving te zijn, samen met elkaar. Vroeger – daar zijn mijn neven en nichten vaak op afgeknapt – moest geloven. En er zat ook een angst achter: als ik niet genoeg geloof, niet vaak genoeg naar de kerk ga, dan houdt God misschien wel niet meer van mij. Dan ga ik misschien naar de hel, in het ergste geval. Dat is geloven uit angst en daar gelooft de bijbel niet in. Eén van de mooiste verzen uit de bijbel vind ik  dit: 17Zo is de ​liefde​ bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als ​Jezus. 18De ​liefde​ laat geen ruimte voor angst; volmaakte ​liefde​ sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de ​liefde​ geen werkelijkheid geworden. 19Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. 2

Maar hoe kunnen wij nu zó een gemeenschap vormen, waar je graag komt en waar je misschien soms dus ook dingen voor opzij zet. Niet uit angst, maar omdat je het belangrijk vindt. Deze week hadden we een mooi open gesprek met de 30- groep. Dat is een prachtige groep, zoals er wel meer prachtige groepen zijn. En toen ging het óók over dit onderwerp. Ik vroeg: zouden we als kerk dingen anders moeten doen, jullie andere dingen moeten bieden om te kunnen groeien in je geloof. Toen kwam er een wat mij betreft enorm eerlijk antwoord van een aantal. Nou….,  het vraagt iets van onszelf, een soort discipline. Want door de week zijn we druk, op zaterdag is ook van alles en die zondag…., dat is dan de enige dag waarop er even niks hoeft. En tegelijk míssen we het dan soms ook en zouden we daar nét wat gedisciplineerder in kunnen zijn. Eigenlijk leek het erg op Piet-Cees en mij: je squasht graag, je vindt het fijn om elkaar te zien én er is soms zoveel anders wat aandacht vraagt. Daarom is het niet erg als je een keer niet squasht of een paar keer niet – hij zit nu in de VS en ik werk keihard aan mijn conditie nu – Maar je moet wél zorgen dat je er prioriteit aan blijft geven en dus sommige dingen dan dus maar even afzegt. Omdat dat squashen – het sporten, het gezond zijn, het samen zijn – toch belangrijk is. Of: omdat zo’n dienst als deze, of die kring of noem maar op  toch belangrijk is: voor je eigen ontwikkeling, om elkaar te ontmoeten.  Let op, het gaat me niet om die kerkgang alleen, het ging die avond over veel meer dan dat. Eigenlijk ging het opnieuw over dit beeld: dat een mens het belangrijk vindt om de liefde van God, tot jezelf en tot elkaar te blijven voeden.

Ik hoop zó lieve mensen, dat zónder dwang we elkaar op een positieve manier stimuleren om hier graag te zijn. En hier een liefdevolle gemeenschap te vormen, waar we kunnen lachen, de kinderen over God kunnen vertellen én na afloop met elkaar kunnen voetballen, we met elkaar over God kunnen spreken, we na afloop gezellig koffie drinken. Kortom, dat leren en leven met God niet een moeten is, maar een bron van vreugde in mooie tijden en een bron van kracht in de donkere. Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.