Bloei in de kerk!

Lieve allemaal,

Ik vermoed dat jullie al een tijdje hebben zitten kijken naar mijn haar. Dat ziet er wat bijzonder uit, ik geef het toe. Hoe komt dat? Deze week ben ik bij de kapper geweest en dat is iets vreemds. Je kunt bij de kapper overal over praten, maar het gesprek over je haar…., dat gaat niet zo makkelijk bij een kapper. Alsof er een soort taboe over hangt. Wie veel over “haar” praat is misschien bang dat de rest je wat ijdel vindt. Of misschien wel dat je uiterlijk wel héél belangrijk vindt. En dat wil je natuurlijk niet, dat je bekend staat als iemand die uiterlijk wel heel belangrijk vindt. Hier in Hardenberg zijn we van “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.”

Gevolg is, dat ik niet zo goed tegen Karina – de kapper hier in onze wijk – durfde te zeggen hoe ik graag wil dat mijn haar zit. Er zaten die morgen nog een paar mensen bij haar in de salon en wat zou Karina wel niet van mij denken: de dominee, die uiterlijk belangrijk vindt…, dat is toch helemaal niks voor een dominee. Of die mensen die daar ook zaten die morgen: als ik écht zou zeggen dat ik vind dat ik eigenlijk best mooi grijs haar heb en dat ze het maar flink kort moest knippen. Misschien zijn er ook wel mensen die wat kaal worden en die dan gaan denken dat ik mezelf beter vind of mooier dan zij. Dus over haar…, daar praat je niet over. Dus zei ik iets vaags, toen Karina het er toch eventjes met me over ging hebben, over wat ik wilde met mijn haar. En omdat ik zo vaag bleef…., wist Karina niet zo goed wat ze aan me had en maakte ze er dit van.

Ik volg een studie over missionaire specialisatie. Die studie doe ik samen met de kerkenraad, want die moeten erachter staan. En dat doen ze. Die studie gaat hierover: hoe kun je nu in een situatie van krimp in de kerk, waar weinig mensen belangstelling hebben en mensen afhaken aansprekend kerk zijn? Niet op een manier dat je hoopt dat het weer “net als vroeger wordt”, maar op een manier dat het vooral iets van nú wordt. Zo ben ik onder andere in Londen geweest, op werkbezoek. In één weekend werden we van kerk naar kerk gesleept. En hadden daar inspirerende ontmoetingen. Al die kerken waren op sterven na dood geweest, echt. Om er maar eentje te noemen: we waren op een zeker moment bij een kerk waar toen die dominee daar begon er nog maar 6 mensen in de kerk zaten. En, hij dacht: weet je wat, ik zorg ervoor dat we met kerst een geweldige kerstnachtdienst hebben, dan wordt het vast vol. Dus een dienst met allemaal toeters en bellen, zoals we dat hier doen. Wat denk je? Niemand!!!! Niemand!

Toch bloeien al die kerken weer. Waarom? Er loopt een aantal rode draden door die bloei heen. Ze zijn zich allemaal heel bewust van de omgeving waar ze wonen en kerk zijn en proberen dus voor hun buurt, voor hun wijk een plek te zijn, waar de mensen terecht kunnen met hun sores én ze proberen een actieve bijdrage te leveren aan de wijk waar ze wonen. Zo is er een kerk, die midden in het bankencentrum van Londen staat. Daar nodigen ze bankiers uit om open te praten over hun werk, over de bankencrisis, over omgaan met geld. Die bankiers vinden het een verademing. Maar zo is er ook een kerk vlakbij de universiteit, hartje centrum. Er zijn daar professoren én zwervers. En beiden komen in de kerk, omdat de kerk er voor hen beiden is.

Al die kerken zijn zich allemaal bewust van dat God hun drijfveer is én ze hebben het zich eigen gemaakt om over God te praten op een heel alledaagse manier. Ze hebben zich het geloof zo eigen gemaakt, dat het voor hen niet raar voelt om het er met elkaar over te hebben. Eigenlijk zoals het niet raar is om over haar te praten bij de kapper. Want daar zit natuurlijk de parallel: het is helemaal niet raar om over je haar te praten bij de kapper! Het zou heel raar zijn als het wél raar zou zijn om over haar te praten als je bij de kapper bent.

Maar daar zit dus ergens het verschil met ons, in Baalder, Sallanders, van “doe maar gewoon…”: het is voor ons niet zo heel gewoon om te vertellen over wat je beweegt, wat je gelooft.

Ik kom daar zo op terug, want ik wil eerst naar iets anders: we hebben dat stukje gelezen uit Handelingen 2, over die bloeiende gemeente. Daar zitten vier pijlers:

  • Het onderwijs van de apostelen
  • De gebeden
  • De gemeenschap – onderlinge verbondenheid
  • En het breken van het brood

Ik denk dat wij die onderste 2 heel goed doen. In dit opzichten zit er echt bloei in de kerk hier! Dat is misschien niet Sallands om te zeggen, maar wel bijbels. Regelmatig deelt iemand als Paulus complimenten uit aan gemeenten. Terecht. Als er dingen goed gaan en je kunt er God voor danken en je hebt het idee dat wat je met elkaar doet ligt in de lijn van hoe Hij het bedoelt: wees er blij mee en durf het te zeggen! Die laatste twee, gemeenschap en breken van brood zijn twee kanten van één medaille. De gemeenschap is: meeleven met elkaar in lief en leed. Dat is natuurlijk iets dat we organiseren met elkaar: er zijn contactpersonen, er zijn ouderlingen er is een dominee, maar wat veel belangrijker is, is alles wat we niet organiseren, maar wat gebeurt. Waar mensen gewoon met elkaar meeleven. Aan elkaar vragen hoe het gaat, als er verdriet is. Met elkaar meeleven als er zorgen zijn over gezondheid, over werk, over geld. Of over relaties. Niet elkaar veroordelen, uitlachen, laten vallen, maar meeleven, helpen. Elkaar proberen te begrijpen. Die onderlinge verbondenheid, wat je naar je buren doet, naar je wijkgenoten, dát is het eigenlijke. Ik zie daar heel veel van in onze wijk en ik hoor het mensen ook zeggen over elkaar en van elkaar. Let op, dat betekent niet dat er geen dingen mis gaan en dat er geen fouten worden gemaakt. Zeg het alsjeblieft, als het gebeurt, dan kan er wat aan gedaan worden.

Het breken van het brood, dat is het meer materiële. In de heel vroege kerk gaat dat in één moeite door: de mensen komen bij elkaar aan huis in kleine groepen. Ieder neemt wat mee. Degene die veel heeft, neemt veel mee, degene met minder neemt minder mee. En als de mensen dan gaan eten, dan delen ze ook brood en wijn. Zoals Jezus zijn leven en zijn liefde deelt met mensen, zo delen de mensen ook hun levens met elkaar én wat ze hebben. In onze wijk heeft 40% van de mensen een laag inkomen. Daar proberen we de laatste jaren véél aan te doen en we merken dat mensen binnen en buiten de kerk ons weten te vinden. Dát is kerk zijn in je eigen wijk, dat is breken van brood, zoals dat ook het geval is als we avonden over relaties organiseren of voor gescheiden ouders.

Tegelijk, wat we vanuit die studie ook leren, zowel de kerkenraad als ik, dat we zouden kunnen groeien in het praten over ons geloof. En dan kom je bij die bovenste twee. Onderwijs van de apostelen en de gebeden. Op de kerkenraad praten we daar heel open over. Niet van “tsjonge, wat kunnen we dat toch slecht en wat zijn we een waardeloze gemeente.” Zo’n gesprek breekt alleen maar af. Maar meer van: hoe komt het toch dat we dat lastig vinden? En dan kom ik weer een beetje bij mijn haar….. Zomaar een aantal redenen: je bent bang dat ze je heel vroom vinden, als je over God spreekt. “Wie weet ben je wel een fiene”. Of “ie bint mij iets te bliede”. Misschien moet je wel zeggen: we zijn bang dat je wordt afgewezen. Maar het is soms ook wat anders: we zijn soms zo verschillend. De één vindt highlights in z’n haar geweldig, de ander gel en de derde zegt “doe maar gewoon”. Nou is dat met haar nog niet zo erg, maar als de één heel veel met Jezus heeft en de ander Jezus maar ingewikkeld vindt….. En waarom Hij dan voor je zonden gestorven zou zijn…. Je wilt elkaar ook niet kwetsen. Angst om te vroom gevonden te worden. Angst om een ander te kwetsen. En soms, bijvoorbeeld als ouderling, angst dat je denkt dat je niet genoeg weet, niet van de bijbel, niet van God. Angst dus om tekort te schieten. En als ze je dan ook nog zouden gaan vragen dat je moet gaan bidden…… Jullie denken misschien dat ik dat als dominee niet heb, die angsten, maar ik heb ze soms ook. Ik weet nog hoe ik met een autoverkoper – jonge vent, eind 20 – zat te praten en hij vraagt met: wat doet u eigenlijk voor werk en dat ik dan ga zeggen: dominee. Hoe kijkt hij tegen mij aan? Weet hij überhaupt wat een dominee is? Ziet hij mij als een museumstuk? Maar Niels, zo heette hij, hielp mij over mijn angst heen: hij was gewoon ontzettend nieuwsgierig naar wat ik allemaal deed en wat ik allemaal geloofde. Je kunt dus óók te bang zijn…

En als we díe angsten bespreken, dan zit dáár ook de mogelijkheid om te gaan groeien juist daarin. Want er zit natuurlijk iets vreemds in dat je juist in een kerk het lastig vindt om over God te spreken. En juist als je met elkaar op bezoek bent, dat je het soms ingewikkeld en ongemakkelijk vindt om over God te praten. Moet je het dan iedere keer over God hebben als gelovigen? Nee, dat is, denk ik, ook weer zo’n vreemd soort angst. Dat was vroeger toch zo? Ja, dat was ook zo, dat hoeft niet, maar het omgekeerde is natuurlijk ook raar, dat je het er niet over hébt met elkaar. In openheid, in respect voor elkaar. Om maar eens een dingetje te noemen: het is ergens gék dat we bij de voorbereiding van een Baalderdienst zelden het bijbelgedeelte voor een dienst met elkaar doorspitten. En ook niet bidden met elkaar om inspiratie… Moet dat dan per sé? Nee. Maar dat het nooit gebeurt…., daar zit iets vreemds in.

Ik denk écht, dat als we daar aan gaan werken met elkaar, op een ontspannen manier, dat we daarin kunnen groeien. Groeien ook naar elkaar toe in openheid: hé, hoe gaat het met jou? En dat daar dan ook gewoon – zonder dat het ongemakkelijk wordt – de vraag kan worden gesteld: en speelt God daar nou voor jou ook een rol? Groeien naar elkaar én daardoor ook naar God. Eerlijk gezegd, denk ik dat er meer geloof onder ons zit dan we soms door hebben als we dat op een ontspannen manier doen. Ik zal dat heel concreet maken, zowel het erover hebben als op een ontspannen manier. Deze week hadden we weer kerkenraad. We hebben met elkaar gepraat over de vraag “wat is voor mij nu een heel belangrijke waarde in mijn leven, die ik koppel aan mijn geloof in God?” Eén van de mensen zei: eerlijkheid en vriendelijkheid, want dat was Jezus ook.

Gek, koppel je dat aan God? Ik denk, lieve mensen, dat wij van huis uit vaak zó zijn opgevoed met waarden en normen uit het christelijk geloof, dat we ons niet eens bewust zijn, dat het ons leven zó beïnvloedt. Zo gewoon vinden we iets als eerlijkheid en vriendelijkheid. Zo is het van onszelf geworden. Je zou dat “vruchten van de Geest” kunnen noemen. Dat is een mooi beeld, dat Paulus gebruikt. Maar ook verraderlijk. Een vrucht groeit langzaam. Een vrucht zit zó vast aan die boom, aan je leven, dat je je er amper van bewust bent, hoe die vrucht ergens in je leven is terecht gekomen. Ik denk dat al die verhalen op school over God, al die preken, al die dingen die tegen ons zijn gezegd ons zó in het bloed zijn gaan zitten, dat ze deel van ons zijn. “Heel gewoon”, zoals wij mensen dat zeggen. Maar zó gewoon is het niet. Ik denk dat de mens die wij zijn geworden, de boom met de vruchten daaraan méé is gevormd door alle verhalen over God en daarmee dóór God. Hoe wij als mensen bloeien, dat heeft óók met God te maken, met de invloed van God in ons leven, daar ben ik van overtuigd. Als het thema “bloei in de kerk” is, dan gaat het er niet alleen over dat we als kerk kunnen bloeien, maar dat je als mens door alles wat je meemaakt en hoort óók tot bloei kunt komen. Geloven, God, die een positieve invloed heeft op je leven! Ook dat is misschien niet Sallands om te zeggen, maar ik denk dat het wél het geval is en kan zijn: dat je als mens tot bloei komt, er dingen zich ontwikkelen die positief zijn voor jezelf en de mensen om je heen. Vruchten van de Geest, waarden die het leven mooier maken….

Kijk, daarover zijn we in gesprek en ik wil jullie eigenlijk die vragen meegeven, waar wij het over hebben gehad. Ze liggen straks bij de uitgang. Denk er eens over, heb het er eens over met een ander. Op een ontspannen manier dan… Onze scriba Henny had een geweldig idee, toen we maandagavond vergaderden: het was heel warm en ik dacht eerst: weet je wat, we gaan weer in kleine groepjes wandelen, maar Henny zei: als we nou in kleine groepjes een bankje uitzoeken in de buurt van Toscane, de ijswinkel….. En als we dan eens een ijsje halen en onder het genot van een heerlijk ijsje – ook een vrucht van de goede Schepper – het over die vragen gaan hebben. En moet je kijken, protestanten blijken zomaar op een ontspannen manier over God te kunnen spreken. Kortom…., neem straks die vragen eens mee en heb het er eens over samen onder het genot van een ijsje of iets anders lekkers…..

Amen.

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.