Wie deelt heeft meer…..

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,
Ik weet niet voor de hoeveelste keer u of jij vandaag het meemaakt dat je brood en wijn als tekenen van Gods trouw in Jezus krijgt. Van mezelf weet ik het ook niet. Misschien is het vandaag wel de eerste keer en ben je daar wat gespannen onder op een prettige manier: wat zal dat met me doen, brood en wijn krijgen van Jezus? Misschien wel de 40e keer en dacht je bij jezelf: avondmaal…, heb ik daar wel zin in of zal ik een keer overslaan? Misschien wel voor de zoveelste keer en zie je er juist naar uit.
Hoe ook, ik wil graag om te beginnen proberen jullie en mezelf van het bijzondere van deze maaltijd te laten proeven, letterlijk en figuurlijk. U, jij en ik, wij maken door hier te zijn en mee te vieren eigenlijk deel uit van iets majestueus en mysterieus, dat onszelf en ons verstand eigenlijk ver te boven gaat. Ik neem jullie mee naar twee plekjes. Het eerste plekje is dit kerkje. Het staat aan het meer van Galilea en het is niet de plek waar Jezus brood en vis vermenigvuldigt.. Dat plekje ligt namelijk aan de overkant, aan de oostkant van het meer. Maar het is wel gebouwd als herinnering aan het verhaal van de vijf broden en de twee vissen. Er is zo rond het jaar 30 blijkbaar iets gebeurd aan de overkant van het meer: een grote massa mensen is geobsedeerd bijna door Jezus van Nazareth, een rabbi die in Kapernaüm is komen wonen. En deze Jezus is in staat zó over de God van Israël te spreken, dat het de mensen enorm aanspreekt en ze Hem massaal willen volgen. Zonder facebook, instagram slaagt deze rabbi erin om hele massa’s op de been te brengen. Ze zijn geïnspireerd door zijn woorden én ook door de dingen – tekenen noemt Johannes ze – die Hij doet. Dat doet Hij vlak voor het Joodse Pascha, zo vertelt Johannes de evangelist dit verhaal. Hij is in staat om met vijf gerstebroden en twee kleine visjes een massa van 5000 mensen te eten te geven.
Er zijn in die dagen veel rabbi’s die zo rondtrekken. Van bijna geen enkele rabbi kennen we de naam nog, maar om deze rabbi zijn wij en meer dan een miljard mensen op deze dag samen. En we lezen dit verhaal en laten er ons door inspireren. Het is ruim 2000 jaar later. Voelt u, voel je hoe absurd dat eigenlijk is? Hoe onwaarschijnlijk! Dat dit verhaal zó de tand des tijds doorstaat. Het is zó absurd, dat Johannes in zijn evangelie continu bezig is om mensen te overtuigen – omdat hij daar zelf intens van overtuigd is – dat in Jezus God zélf, de God van Israël op het toneel is verschenen. Dat is een uitspraak waar nog steeds discussie over is, maar Johannes doet het niet voor minder. En ik geloof dat hij gelijk heeft.
Dit is het andere plekje. Van deze plek wordt gezegd in de traditie, dat Jezus hier met zijn leerlingen – niet in dit gebouw, want dat is echt veel jonger, het stamt uit de middeleeuwen – het Pascha heeft gevierd. Daar breekt Hij opnieuw het brood, deelt het en geeft er betekenis aan: als je dit brood deelt, denk dan aan Mijn lichaam, aan hoe Ik jullie tot het uiterste heb liefgehad tot door de dood heen. Hetzelfde met de beker, teken van het bloed van Christus.
De vraag is vaak: leeft God wel? En wat betekent dat dan, dat Hij leeft? En hoe leeft Hij dan? Dat is altijd een moeilijke vraag. God leeft – denk ik – anders dan wij. Wij sterven, dat hoort bij ons leven. Maar Hij leeft op een bijzondere manier en zo leeft Jezus ook op een bijzondere manier, anders dan wij. Het mysterie, het majestueuze waar wij nu onderdeel vanuit maken, is dat nog altijd brood en wijn worden rond gedeeld en zo nog altijd tekenen van zijn liefde te zien, te proeven en te horen zijn. Als wij niet meer leven, dan zal er nog steeds brood en wijn worden gedeeld en zullen er nog steeds mensen luisteren naar de verhalen over de vermenigvuldiging van brood en vis. U, jij, ik, wij maken als kleine momenten in de tijd deel uit van Gods eeuwige levende liefde. Dat is om te beginnen iets waarvan ik hoop dat het ons ráákt. Het is vast de 40e keer of zo dat u of jij avondmaal viert. Sleur.. Tegelijk is het vooral de 40e keer dat je bent opgenomen in dat mysterieuze en majestueuze van wat op deze plek ooit klein begon.
Nu het verhaal zélf. Het speelt zich af rond het Pascha, zoals de instelling van brood en wijn óók verbonden is met Pascha. Dat is hét Joodse feest, waarin het volk viert dat ze ooit uit Egypte worden bevrijd. En in de woestijn is er dan de hele tijd brood, manna. Leeftocht voor onderweg. Daar zijn de mensen stomverbaasd over, dat het er iedere dag weer is. De allereerste keer dat ze het zien liggen als ze wakker worden roepen ze uit in het Hebreeuws: Man’nah? Wat is dát nou, betekent dat!
Als je dit hoofdstuk doorleest, legt Jezus daar dan ook de verbinding mee, als Hij met de Joden in gesprek raakt over wat nu de betekenis is van het delen van vijf broden en twee vissen. Ook dáár zal Johannes vertellen dat Jezus zegt, dat Hij méér is dan Mozes, dat Hij namens God komt en dat Hij zelfs zegt “Ik ben het levende brood”. Dat heeft dan directe linken met de Naam van God “Ik ben die ik ben…., Ik ben het levende brood”. Zoals – en daar is het mysterie eigenlijk weer – wij vandaag opnieuw dit brood delen met elkaar. Gewoon bakkersbrood én tegelijkertijd teken van Gods trouw.
Jezus wil Filippus wat testen. Zou mijn vriend langzamerhand een beetje doorhebben met wie hij te maken heeft. Dat in deze kwetsbare mensenmens – Jezus van Nazareth – tegelijk de Naam van God schuil gaat en van kracht is. Dat Hij een soort levend man’nah is. Wat is dát nou, wie is dát nou toch????? Dat valt nog niet mee voor Filippus, net zoals wij dat soms heel ingewikkeld vinden. Een paar hoofdstukken verder vraagt diezelfde Filippus aan Jezus: toon ons de Vader, laat ons nou toch eens zíen wie God is, hóe God is. En dan zegt Jezus: ik ben nu al een hele tijd bij je, Filippus: als je mij hebt gezien wéét je wie de Vader is….
Jezus zegt tegen Filippus: geef deze mensen te eten. Al zouden we tweehonderd denarie hebben, Jezus, dan nog zou dat te weinig zijn. Voor uw, jouw en mijn helderheid: een denarie is het dagloon van een dagloner. Of anders, dat wat iemand verdient door een dag lang voor een uitzendbureau te werken. Of nog anders: 200 dagen werken voor een uitzendbureau…, dat is nog niet genoeg om al deze mensen – 5000 mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend – te eten te geven.
Het is de stem van de realist. Van “de armoede krijgen we toch de wereld niet uit”. Van “er blijft altijd wat aan de strijkstok hangen”. Van “dat kan toch nóóit…..”. Herhaaldelijk is Jezus in de evangelieverhalen beschermend naar kinderen. Dat is Hij om diverse redenen, maar één van de redenen is dat kinderen zo’n grenzeloos en onbekommerd vertrouwen kunnen hebben in van alles en nog wat. Oók in God. Hier is een jongetje. Hij krijgt geen naam, maar je zou hem Tijn kunnen noemen, die zelf doodziek is en nagels gaat lakken van mensen om anderen te helpen. Je zou ook kunnen denken aan het meisje dat een hele middag door Baalder loopt om statiegeldflessen op te halen voor een goed doel. Of aan het jongetje dat zegt “haal mijn spaarpot maar leeg, mamma, want dan hoef je niet meer te werken”. Hij heeft vijf gerstebroden bij zich en twee paar stukjes vis. Gerstebrood is het brood voor de armen, zeg maar een paar bolletjes van de Aldi, niks van bakker Battjes of zo. En een paar vissticks van het okémerk, het goedkoopste dat er is.
In vol vertrouwen op Jezus, op God geeft dat ventje die vijf broodjes en twee visjes. De nagellak van Tijn, het statiegeld, de omgekeerde spaarpot. Nu is het bijna Pascha, de bevrijding uit Egypte, onderweg naar het beloofde land…. En onderweg, als het volk manna krijgt en zich afvraagt “wat is dat nou….?, wat valt ons nú toe uit de hemel voor brood…., op datzelfde “onderweg” krijgen ze ook de tien geboden. Of, zoals de Joden dat noemen, de Thora, vijf boeken van Mozes en daarin staat dat als je deelt en op God vertrouwt dat niemand dan honger lijdt. Bovendien 2, dat is het getal van wet en profeten – theorie en als je die in de praktijk brengt….., dat het dan goed moet komen voor iedereen.
Dit kind geeft in onvoorwaardelijk vertrouwen vijf broden en twee vissen. Die twee hangen samen op een bepaalde manier. Jezus, God wil ons vertrouwen wekken en als Hij dat vertrouwen heeft en we Hem vertrouwen én volgen, dan kan er veel gebeuren. Jezus ontvangt de Lidlbroodjes en de okévissticks en als een goede herder deelt Hij en deelt Hij aan de mensen die op het groene gras zitten. Niemand heeft er honger, er is genoeg voor ieders behoefte, niet voor ieders hebzucht, dat dan weer niet. Twaalf manden – symbool voor heel het volk, alle stammen – voor 5000 mannen, vrouwen en kinderen hebben vast ook meer dan genoeg.
Hoe doet Jezus dat? Mann’ah? Wat is dát nou? Als je deelt heb je meer… Hoe werkt dat? Wat is dat nou, dat als mensen Hem doden en het ontzettend realistisch is om te denken dat het uit is met Hem en al zijn mooie gedachten over deze wereld beter en anders, dat het Pasen wordt en Hij opstaat uit de dood. Man’nah, wat is het toch, dat we vanochtend brood en wijn delen en vieren. En luisteren naar woorden als “neem, eet, dit is mijn lichaam….”. En wat is het nou toch, dat we onszelf hebben laten overhalen om spullen mee te nemen van huis en met anderen te willen delen? Man’nah? Ik gun jullie allemaal je eigen antwoord, dus wie weet moet ik wel eindigen met die vraag. Maar laat ik zelf mijn antwoord geven: in Hem is God zelf verschenen en Hij is nog altijd op zijn heel bijzondere manier levend onder ons….. Ik denk en geloof het echt: we maken deel uit van een wereldwijd en tijdsomspannend mysterieuze majesteit. Amen

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.