“Verschillende godsdiensten: confrontatie en ontmoeting”

Inleiding op het thema:

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,

Dat is een begin, wat ons direct op een bepaalde positie zet: ik spreek jullie en mezelf aan als mensen van Jezus Christus. Een heel aantal van jullie zal – zo ken ik jullie – zeggen: terecht, dat zijn we ook en dat willen we zijn. En een ander aantal van jullie vraagt zich – zo ken ik jullie ook – zeggen: ja…, dat is wel zo, maar dat weet ik ook niet altijd zeker. Hebben andere geloven het misschien niet ook bij het rechte eind? Of…, soms weet ik niet eens of God er nog wel is.

Vanmorgen zijn er twee vrij korte overdenkingen: in de eerste overdenking wil ik met jullie vooral nadenken over onze positie als christenen in Nederland, in Hardenberg te midden van de rest van de Nederlanders. En ik doe dat door eerst een stap in de tijd terug te maken, pak ‘m beet zo’n 45 jaar als we rond 1970 zijn. Waarom terug in de tijd? Omdat het ons helpt om beter te zien hoe onze situatie nú is.

In 1970 is Nederland nog verzuild, al brokkelt dat af. Een heel aantal van ons heeft die tijd zelf meegemaakt en jongeren kennen het denk ik uit de geschiedenisboeken. Wat betekent dat? Nederland is vooral heel wit, met wat Surinamers en Molukkers die hier wonen. En Nederland is heel logisch ingedeeld: er zijn ongeveer 13 miljoen Nederlanders en daarvan zijn er ruim 5 miljoen Rooms Katholiek, er zijn er zo’n 3 miljoen mensen Hervormd en zo’n 1 miljoen zijn Gereformeerd en dat van diverse pluimage. Negen miljoen dus op 13 miljoen. Zeventig procent van de bevolking ongeveer. Daarbij zijn er ook een aantal mensen socialist en die horen bij de Pvda en je hebt nog liberalen, die bij de VVD zitten. Moslims? Mijn ouders hebben goede vrienden en hij heeft een conservenfabriek in Noord-Holland. Als jongetje van 8 ben ik in die fabriek en zie ik mensen met een licht getint uiterlijk achter machines zitten. Ze lachen aardig naar me en ik mag even op schoot om de machine te bedienen.

Geloven is in die tijd vanzelfsprekend in Nederland. De kerken groeien nog steeds in ledentallen. Je hoeft er amper wat voor te doen: gewoon in je zuil zitten, meedoen en als je 20 bent belijdenis doen.

Het is nu 2017. Het aantal Nederlanders is nu ruim 17.000.000. Eén klein miljoen is moslim. Hervormd en Gereformeerd samen, wat nu PKN is en de andere kerken die protestants zijn hebben zo’n 2.000.000 leden samen. En de RK zit op 3.5 miljoen ongeveer. In totaal zijn er nu zo’n 32% van de Nederlanders lid van een kerk.

Geloven is dus vandaag helemaal niet meer vanzelfsprekend. We horen bij een minderheid. Zuilen zijn bijna weg. En meer en meer doemt de vraag op: wat betekent dat voor ons als gelovigen? Hoe verhouden we ons tot mensen die Moslim zijn? Dat zijn er een miljoen! Hoe verhouden we ons tot hen, als ze ALS groep negatief in het nieuws komen, omdat een kleine groep radicaliseert en moordt? Laten we hen dan vallen? Weten we zelf nog hoe het was toen bijvoorbeeld Rooms-Katholieken en Protestanten in Ierland een beeld gaven van wat christelijk geloof is waar ik me niet in herken en jullie vast ook niet? Hoe verhouden we ons tot mensen die wel religieus zijn en allerlei religieuze beurzen bezoeken, maar voor wie kerk heeft afgedaan? Hoe verhouden we ons tot mensen die gewoon hun leven leiden en God er niet bij nodig hebben? En misschien ook wel…., hoe verhouden we ons tot de stemmetjes in onszelf die zeggen: hebben wij het bij het rechte eind? Dat wordt de eerste overdenking.

De tweede gaat vooral over: “wat is nou het eigene aan het christelijk geloof?” Waarin onderscheidt het zich t.o.v. andere geloven? Ik denk dat als we dat niet goed weten, het weinig zin heeft om met elkaar kerk te zijn. Als HHC niet goed weet wat voetbal is en waarom het mooi is en het net zo goed korfbal kan zijn, want dat is ook met een bal en die bal is ongeveer net zo groot als de voetbal…., dan heb je geen innerlijke kern, geen startpunt. Ik wil daar graag met jullie naar op zoek.

 

Overdenking 1: Geloof onder de geloven…….

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,

Ik begin maar weer zo. We zitten dus niet meer in een zuil, in een soort afgesloten ruimte, waar je mooi als protestanten kunt zitten en veilig bent. Om het te illustreren: per jaar gaan er 60.000 mensen weg bij de protestantste kerk en zijn we dus gewoon een minderheid in Nederland geworden. Niet meer trots, niet meer groot, niet meer de Shell of de Esso van Nederland, maar een onderdeel van een minderheid. Het eerste dat past is dus bescheidenheid, ons bewust zijn van de plek nú. En ik begin daarom met een tekst die Jezus in de bergrede noemt: “wat jij wilt dat de mensen jou doen, doe jij hen net zo”. Hij zegt erbij, dat dit de kern is, de wet en de profeten. Hier draait het voor God om!

Het is op veel manieren toepasbaar: sta zó in het leven en ga zó met elkaar om, dat je kijkt hoe je – zonder in pleasen te vervallen – die ander recht kunt doen. Als jij wilt dat ze jou helpen als je in de knel zit…., doe dan wat in jouw vermogen is naar anderen als die in de knel zitten. Als jij wilt dat anderen jou met respect behandelen, doe dat dan ook met een ander, wie het ook is! En dan, toegepast op mensen met een ander geloof of wie ook maar:  als wij graag willen dat we ons geloof vrij kunnen beleven, laten we het dan anderen ook gunnen.

Misschien eerst wel goed om te zeggen, dat in veel godsdiensten een tekst als deze voorkomt. Het komt voor bij Confucius en in het Boeddhisme bijvoorbeeld. Ook in de Islam, al staat het niet in de Koran zelf, maar wel bijvoorbeeld in een Hadith, een verzameling teksten die Mohammed gesproken zou hebben. Eén van die teksten luidt: Niemand van jullie is gelovig, zolang hij niet voor zijn broeder wenst, wat hij voor zichzelf wenst.

Het is goed om dit hardop te zeggen, dat in andere godsdiensten deze regel ook voorkomt, soms ook in de ontkennende vorm: wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook de ander niet. Het leert ons dat menselijkheid niet voorbehouden is aan het christelijk geloof, andere geloven en mensen zónder een specifiek geloof kennen het Goddank ook. Maar ook al zouden andere geloven het niet hebben, als dit ónze bron is, als Jezus onze bron is, dan geldt het voor ons – als we mensen van Jezus willen zijn – dus wél. Behandel andere mensen met hetzelfde respect als waarmee jijzelf behandeld wilt worden.

Ik spits het toe op twee aspecten. Het eerste is dit: we leven in een land waarin in onze grondwet staat dat Godsdienst een grondrecht is. Dat is anders dan in Noord-Korea, dat is anders dan in Saudie-Arabië.

Artikel 6 zegt: Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Het zou erg oneerlijk zijn als we als christenen aan anderen gaan ontzeggen dat ze hun geloof níet mogen belijden, zoals sommige christenen graag willen naar Moslims. Wij hebben het grote geluk dat we in een vrij land leven, waarin dít het grondrecht is. Dat zeg ik als burger van dit land. Ook al zijn er hier spanningen in dit land, ook rond godsdienst, ook rond Moslims, maar Moslims hebben dezelfde burgerrechten als wij als christenen. Overigens, we hebben ook allebei dezelfde burgerplichten!

Maar ik zeg het niet alleen als burger van dit land, ik zeg het nog meer als volgeling van Jezus. Als ons die basisregel van Jezus echt belangrijk voorkomt en we Hem serieus willen volgen, dan kán je niet voor jezelf wél opeisen, wat je een ander niet gunt.

Het tweede is dit. In die jaren ’70 was er de verzuiling. En die verzuiling had iets van een kasteel, een fort. Je zat er hoog en droog…. Hoe anders is dat nu!!! Kerken worden afgestoten. Soms worden kerken moskeeën. Soms kopen evangelische kerken een kerkgebouw op. Soms koopt een projectontwikkelaar een kerk en maakt er appartementen in. Soms komt er – zoals in Zwolle – een boekhandel in een kerk. Een fort heeft iets trots…, ledentallen stijgen, het geeft goede sier om bij een kerk te zijn.

Nu het fort afbrokkelt en we één van de velen zijn…, nu past ons ook op een tweede manier de bescheidenheid en de openheid.

Ik heb hier een ander plaatje. Het gaat over blindgeboren mensen die zo graag een olifant willen bezoeken en weten wat zo’n olifant precies is. Ze mogen op een dag naar een dierentuin om daar de olifant te ontmoeten en krijgen zo’n 3 minuten tijd om de olifant te betasten, want daarna wordt het dier chagrijnig. Je ziet al wat irritatie ontstaan bij die olifant. En na afloop gaan de blinden met elkaar in gesprek: ik geloof dat de olifant een soort touw is, zegt de achterste man. Nou…, ik denk een soort slang, en die heeft hem bij de slurf. Wel nee…, een olifant is een soort van heel grote waaier zegt de man die de olifant bij z’n oor heeft. Ik denk dat de olifant een enorme pilaar is, zegt de man die hem bij zijn poot heeft.

Het is een plaatje dat gaat over iets anders: die mensen…., dat zijn wij. Die olifant, dat is God. Niemand heeft ooit God gezien, zegt de bijbel al. Daar komen we zo nog op terug bij de volgende lezing. In die zin zijn we allemaal blinden. En God…, die is net als die olifant zo veel groter dan wij kunnen denken. Wie heeft de waarheid nu écht in pacht? Je kunt niet zeggen: wij hebben de bijbel en dat is het enig ware boek. Hoe weet je dat? Dat is redeneren vanuit je fort, het grote kasteel van de jaren 70 en daarvoor. Je kunt wél zeggen: we zijn allemaal zoekers naar waarheid. Vertel mij wat jouw visie op de waarheid is, daar zal ik met respect naar luisteren. Ik vertel jou wat míjn visie op de waarheid is op wie God is en waar ik met vallen en opstaan heilig in geloof.

Die tekst uit Petrus…, die kan ons enorm helpen. Ik haal ‘m nog even tevoorschijn:

erken ​Christus​ als ​Heer​ en eer hem met heel uw ​hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster. 17Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goeddoet dan omdat men kwaad doet.

Petrus schrijft die op aan mensen die een minderheid zijn als gelovigen op de plek waar ze wonen. Soms zó dat ze ook belachelijk worden gemaakt om wat ze geloven. Dat groeit hier in Nederland soms wat…., maar in de regel valt het reuze mee. Maar de kern zit in: als je in gesprek komt met mensen en er wordt gevraagd naar je geloof, vertel er dan over. Doe het zachtmoedig, moedig én zacht, durf erover te praten en doe het met respect naar die ander en zijn of haar levensovertuiging. Maar doe het óók met respect voor je eigen geloof, waar je hart ligt.

Als ik het moet samenvatten: ga op basis van gelijkwaardigheid met elkaar in gesprek en stá voor je eigen levensovertuiging, durf daar vooruit te komen. Wat mij betreft is juist die tekst van Petrus een soort leidraad voor nu. Waar zij als beginnende kerk in een minderheid zaten was dat een goede methode. Met respect! Het is een betrouwbare manier om zó christen te zijn.

 

Tweede overdenking: de waarheid!!!!

Lieve mensen,

Ik laat jullie een foto zien van onze laatste kerkenraadsvergadering. Op die vergadering hebben we in groepjes van 3 gewandeld en geprobeerd om aan elkaar te vertellen wat ons nu positief raakt in het christelijk geloof. En ook wat onze drijfveer is om dan bijvoorbeeld in je vrije tijd kerkenwerk te doen. Je kunt immers ook andere dingen gaan doen. Waarom hebben we dat gedaan? Om 2 redenen: het eerste is, dat je elkaar mee kunt bemoedigen. Wat mooi, dat geloof zo’n rol speelt in je leven. Of soms ook: ik snap dat je soms twijfelt…, dat heb ik ook. Dat kan óók helpen en bemoedigen: elkaar begrijpen en elkaar aanhoren.

De tweede reden is, dat we met elkaar een paar kerkenraadsvergaderingen geleden eerlijk hebben geconstateerd dat we gemiddeld als protestanten niet zo heel goed zijn om over ons geloof te praten. We zijn meer doeners. Dat kun je ook zien aan onze wijkgemeente. Het noaberschap…, het eetcafé, de zondagmiddagen voor alleengaanden, de boodschappenactie, het bezoeken van elkaar en omzien naar elkaar. Al die dingen hóren direct bij geloven. Ik denk dat we best blij en misschien wel wat trots mogen zijn op hoe we dat doen.

Maar erover praten… Jullie weten dat ik de studie doe “missionaire specialisatie”. In die studie gaat het over het volgende: hoe kun je nu kerk zijn in een samenleving waarbij de kerk écht een minderheid is geworden? Hoe kun je dat niet doen op een manier van “we verlangen weer terug naar vroeger, naar 1970  en het moet weer net zo vol worden?” Maar meer op de manier van: hoe kunnen wij nu in de plaats, de plek, de wijk waar wij wonen van betekenis zijn voor die wijk? Met daden én met woorden?

In dat kader ben ik ook naar Londen geweest en daar hebben we plekken bezocht waar de kerk écht door een kaalslag heen is gegaan. Op één plek, om een voorbeeld te noemen, was iemand begonnen op een plek waar nog maar 6 mensen in de kerk zaten op zondag. En toen hij dacht, weet je wat: ik organiseer een prachtige kerstnachtdienst en haal alles uit de kast…., toen kwam er niemand….. Niemand!

Maar op al die plekken waar de kerk dus bijna verdwenen was, gingen mensen met geloof aan de gang. Op twee manieren: eerst dus, dat ze zich afvragen, wat voor wijk is dit, wie wonen er….. En hoe kunnen we hen helpen? Tweede vraag: in wie geloven we eigenlijk, hoe kijken we nou – met vallen en opstaan – aan tegen God en wat wil Hij ons geven? Back to basics dus. Heel lang hebben we in de kerk die vraag niet zo heel erg durven te bespreken met elkaar. Waarom niet? Bang dat we verschillend zijn? Zou kunnen! Bang om voor vroom te worden versleten? Denk ik ook. Bang dat het te intiem is om erover te vertellen…., denk ik ook. Bang om de suggestie te wekken dat je de waarheid in pacht hebt….., denk ik ook. Bang om te ontdekken dat je het eigenlijk niet meer weet…, zou ook zomaar kunnen.

Maar wat we leren vanuit Engeland is dat waar mensen op een manier over hun geloof kunnen spreken dat het echt iets van henzelf is, dat dat aanspreekt. Niet omdat ze “dogma’s” kunnen opdreunen, maar omdat ze op een levendige manier met hun geloof omgaan, met God omgaan en het iets van henzelf wordt. En dan…, dan zie je dat het weer gaat opbloeien. Want God is niet dood!!!! God leeft!

Ik wil het jullie illustreren aan een gemeente in oost-Londen, een letterlijk heel kleurrijke gemeente die een kleine minderheid is tussen Moslims. Ze doen aan seksuele voorlichting, ze doen aan financiële voorlichting, ze helpen mensen bij het verkrijgen van een verblijfstatus, ze helpen mensen bij Engelse les. Want dat is hún omgeving: veel mensen met achterstanden. En tegelijk doen ze dat zeer bewust vanuit hun doorleefd geloof. Ze hebben zich dat eigen gemaakt, ze weten waarom ze bij God willen horen. Niet dat ze geen twijfels hebben van tijd tot tijd, maar het is wél doorleefd. En dat tussen allemaal Moslims en niet gelovigen in. Ze kunnen er op een heel zelfbewuste manier over vertellen:  we as Christians believe…., zo beginnen ze dan. En dan zeggen ze eerlijk zonder anderen iets op te dringen wat God voor hen betekent. Het groeit daar….. niet megagroot, maar wel groei. Omdat mensen voelen dat het écht is.

Kijk, ik denk dat het ons als gemeente zou kunnen helpen als we daarin groeien. Dat is een leerproces en het begint met zoiets als wat we op de kerkenraad nu deden….

Als het ons zou lukken om onder woorden te brengen waarom Jezus nu voor óns belangrijk is. Johannes weet dat wél in zijn evangelie. Hij schrijft allemaal verhalen over Jezus op, die de andere evangelisten niet hebben. Bij Johannes staan de “Ik ben” woorden. Ik ben het brood voor je leven. Ik ben het licht voor deze wereld. Ik ben de weg, de waarheid en het leven….” Stevige woorden, duidelijke woorden. En misschien denken we wel: is dat niet te massief? Is het niet tóch arrogant, jezelf beter vinden dan een ander?

Ik wil een poging wagen. Eerst maar dit: deze woorden van Jezus staan in een heel lange toespraak vlak voordat Jezus gevangen wordt genomen. En die toespraak begint met Jezus die de voeten van de leerlingen wast. Dat is een ultiem teken van liefde, van jezelf niet meer voelen dan een ander, maar bereid zijn om de minste te zijn. Als Jezus dan dus een hoofdstuk later zegt “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”, dan kan dat nooit arrogant bedoeld zijn.

Het tweede is dit: die cursus is voor mij een soort van statement. Ik mag/moet – het is vooral mogen – nog zo’n 12 jaar dominee zijn. Ik wil geen imam worden. Ik wil ook geen pandit worden – de Hindoedominee – . Goeroe lijkt me ook al niks en rabbi ook niet. Ik wil dominee zijn, omdat ik het christelijke verhaal het mooiste vind en het mij diep overtuigt. Ik wil het ook zijn in déze tijd, waarin het fort voorbij is, maar waarin wél nieuwe vormen van kerk zijn groeien, die werken, omdat God werkt en levend is.

Het christelijk geloof is de enige godsdienst, waarbij – als je tot de kern écht doorvraagt – wij als mensen door God geliefd zijn om wie we zijn en dat mét alles in ons. De gave kanten, maar ook de ongelooflijke minkukelige dingen. Bij alle andere godsdiensten vraagt de godheid of de godheden van ons een vorm van tegenprestatie. Alleen als je goed genoeg handelt, goed genoeg bent, dan zul je worden bemind. De Islam heeft de vijf zuilen, waar je je aan moet houden.  Hindoeïsme en Boeddhisme hebben dat je in een reeks van levens – de reïncarnatie – jezelf moet verbeteren, totdat de godheid eindelijk vindt dat je goed genoeg bent. In het Jodendom zit – of we het leuk vinden of niet – iets prestatiegerichts. Het christelijk geloof en dat belichaamd in Jezus is het enige dat zegt: zelfs als je je totaal tegen God keert, Hij zal je niet laten vallen. Dat is de essentie van het verhaal van de kruisiging, maar je ziet het ook overal waar Jezus op mensen afgaat die hun leven verklooid hebben. Dat is voor mij dan ook de essentie van “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. De weg is: aan de weg die Jezus gaat kun je zien wie God is, de Vader. Aan hoe Hij die weg gaat kun je zien wat vanuit christelijke optiek de waarheid is over God: onvoorwaardelijke liefde. En wie onvoorwaardelijke liefde kent in zijn of haar leven, die heeft leven. Ik denk écht dat dat een mens een vrijheid een ruimte, een kracht geeft waar je het een leven lang op uithoudt. Tegelijk is dat ook een liefde, die je dus helpt jezelf niet beter te voelen dan een ander. Hier, wij met elkaar, we zijn mensen met onze dingen waar we trots op kunnen zijn en ook dingen waar we ons voor schamen. Niet beter dan mensen buiten de kerk. Maar wat we hier vieren en wat we graag delen wat mij betreft is die liefde, die onvoorwaardelijke liefde.

Kijk…, ik doe dus zomaar een voorzet van wat ik denk en vertrouw dat het is, waarom ik hier niet weg wil en graag hier met jullie op de weg van Jezus wil blijven. En eigenlijk…, ik wil jullie uitdagen om vandaag – het is mooi weer – voor jezelf eens op een papiertje te zetten of het tegen een ander te zeggen en te delen: wat boeit jullie nu nog steeds om hier te zijn? Neem niet mijn antwoord…., het beste wat we ons en elkaar kunnen geven is een doorleefd antwoord, dat van onszelf is geworden….

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.