Seksualiteit, vrijheid…, blijheid!

Overdenking: seksualiteit, vrijheid…, blijheid!

Inleiding:

Eind juni hebben we onze vrijwilligersavond gehouden. Dan bedanken we iedereen die als vrijwilliger betrokken is bij de baalderdiensten. Dat zijn wel 50 mensen, schat ik zo! Super. Op die avond hebben we ook gevraagd: willen jullie thema’s noemen waar jullie het graag over willen hebben tijdens een Baalderdienst. Opvallend: het vaakst werd seksualiteit genoemd. Daarbij kwam ook transgender en homoseksualiteit aan de orde als thema. Die laten we nu eerst liggen, want dat zou te veel zijn voor één dienst. Seksualiteit dus.

Ik vind het mooi dat het genoemd wórdt. We willen graag thema’s in deze diensten die te maken hebben met leven en geloven en ons dagelijks leven. En dat is seksualiteit. Heeft het te maken met geloven? Ja, dat geloof ik voluit. God heeft ons geschapen om elkaar lief te hebben, om onszelf lief te hebben. En daarbij hoort seksualiteit voluit.  In de bijbel staan heel veel verhalen en die gaan over het hele leven. Over oorlog, vrede, honger, welvaart. En dus ook over liefde én seksualiteit. Over het mooie én ook waar het behoorlijk mis kan gaan, of soms: gruwelijk mis. Er staat het hooglied, waarin de liefde, de lichamelijke liefde prachtig wordt bezongen. Maar er staan ook verhalen over verkrachting, vreemdgaan en andere dingen die met seksualiteit te maken hebben en die vernietigend zijn. Kortom: een realistische kijk op de wereld, op liefde en seksualiteit. Vandaag willen we er dus aandacht aan besteden. Ik wil dat proberen op een open manier te doen, waarbij we ons moeten realiseren dat het volle leven hier vanochtend óók aanwezig is. Er zullen mensen onder ons zijn, voor wie seksualiteit een bron van vreugde en van genot is. Er zullen ook mensen onder ons zijn, voor wie het een moeizaam en pijnlijk onderwerp is. En, sowieso, voor sommigen is het iets waar ze makkelijk over praten, anderen vinden het lastig. Dat was ook zo bij de voorbereiding van deze dienst. We praten altijd met elkaar als baalderdienstcie. over het onderwerp. Laat ik het zo zeggen: we voelden allemaal in het gesprek, dit komt heel dichtbij…..

 

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,

Misschien is het wel goed om eerst gewoon bij “taal” te beginnen, met woorden over dit onderwerp. Woorden zeggen véél:  als ik even leentjebuur speel bij de Engelsen, er zit een groot verschil tussen “to fuck” of “to make love”. Het eerste woord legt vooral het accent op seks als lust, als daad, het tweede woord plaatst seksualiteit in het kader van de liefde. Als ik het met eten zou kunnen vergelijken: schransen of met aandacht en smaak eten. Het eerste is “je buik zo gauw mogelijk vullen”, het tweede is “met respect voor het eten én de kok” eten en genieten. Vertaald naar seksualiteit:  als je seks beschouwt als alléén lust en hoe kom ik aan mijn trekken, ga je vooral voor het bevredigen van je eigen verlangens en loop je het gevaar degene met wie je seks hebt ernstig te beschadigen. Of anders: als bij seksualiteit de intimiteit en de liefde de boventoon voeren en je elkaar in de ogen kijkt en liefhebt en die ander zó streelt en kust en met elkaar vrijt, dat je er allebei bij ontspant en je je heel gelukkig voelt, dan is het vol respect en is vrijen een manier om elkaar heel gelukkig te maken.

Het luistert nauw en wel hierom:  we zijn bijna nergens zó kwetsbaar in als juist in de liefde en in ons lichaam. Geef je je bloot bij een ander, veel naakter en kwetsbaarder kun je niet zijn….., hoe gaat die ander daar mee om en hoe ga je daar zélf mee om? Je lichaam, je naakte zelf, dat ben jij.

Ik ga het dus vooral hebben over woorden, maar die woorden zijn veelzeggend voor hoe je, hoe we omgaan met elkaar in dit opzicht. Welke woorden gebruikt de bijbel nou? Ik wil eerst met jullie stilstaan bij psalm 139, die we daarstraks gezongen hebben en ik zal jullie zo uitleggen waarom.

Heer, U kent mij en doorgrondt mij. Het is een favoriete psalm van veel mensen. Ik denk omdat het gaat over een intense behoefte van ons mensen: dat er iemand is, die je door en door kent, die je doorziet. Die je hart kent, weet wat er allemaal speelt diep van binnen.  Iemand voor wie je niks verborgen kunt houden – dat kan trouwens ook eng zijn, als je wél degelijk dingen hebt die je graag verborgen wilt houden – . En die met alles wat in je leeft van je houdt, je accepteert. En dat diegene dan ook nog “God” is, onze Schepper. Hij heeft ons gemaakt en soms zijn we heel ingewikkelde wezens. Tenminste, ik wel en in mijn werk kom ik mensen tegen die ook allerlei kanten hebben, waarmee je zelf flink kunt worstelen. Mooie en moeilijke. Maar dat er dan dus iemand is, die ons heeft gemaakt, die weet hoe het precies zit met ons én die ons liefheeft. Kennen=liefhebben. Kennen=je doorzien én je accepteren. Kennen=ook die ander liefhebben met alles en niet laten vallen=trouw zijn.

In het Hebreeuws is het woordje voor kennen “ja’da”. En nu neem ik jullie mee naar Genesis 4:1 en daar staat voor de allereerste keer dat Adam en Eva seks hadden met elkaar: 41De mens, ​Adam, had gemeenschap met ​Eva, zijn vrouw. En nu is het bijzondere dat er dan in het Hebreeuws datzelfde woordje staat “ja’da”. Overal in het oude testament waar man en vrouw seks hebben met elkaar, staat dát woord. Dat geeft aan dat het om veel meer gaat dan “Adam en Eva hadden seks.” Dat hadden ze uiteraard, maar het betekent misschien wel vooral dít, dat er iets terugkomt van wat in Genesis 2 staat bij de schepping:

‘Eindelijk een gelijk aan mij,

mijn eigen gebeente,

mijn eigen vlees,

een die zal heten: vrouw,

een uit een man gebouwd.’

25Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Dat laatste dus, dat je naakt bent, dat je je zó veilig en geliefd weet bij die ander, dat je je totaal durft over te geven. Je laat strelen, je laat liefhebben en omgekeerd zélf streelt, liefhebt, kust. Dat die ander je mag zien, ook waar je lijf misschien niet zo mooi is, waar er operatiewonden zitten, of waar je lijf ouder wordt, maar dat het er niet toe doet, omdat die ander je liefheeft. Gemeenschap hebben, zo wordt het bijna in alle Nederlandse vertalingen weergegeven. Gemeenschap is sámen, samen delen, allebei jezelf kunnen zijn, samen genieten, samen liefhebben, over en weer.

Die woorden geven een bepaalde manier van  kijken naar seks weer. Er wordt vandaag veel over seks gesproken, op tv, in bladen. Dat is logisch, het is iets dat speelt in ieders leven. En het is misschien goed om te zeggen, dat de bijbel en God niks tegen seks hebben, daar kom ik zo nog op bij hooglied. Maar het is denk ik óók goed om te zeggen, dat er vanuit bijbels perspectief er dimensies aan de orde komen, die over veel meer gaan dan “de daad” alleen en of je in bed wel een geweldige minnaar of minnares bent. Dat legt soms een prestatiedwang op seks, waarmee je juist het hele kwetsbare, het liefhebben met ook je zwakke kanten, ook de klungeligheid in bed, dreigt te verstikken onder “dat is niet goed”. Als seksualiteit vermengd is met liefde, met echt elkaar door en door kennen, dan is de prestatiedwang weg en ontstaat er ruimte voor genot én kwetsbaarheid.

Ik maak een overstap naar Hooglied en dat doe ik aan de hand van dat woordje prestatiedwang. Seks kan nooit “moeten”. Liefde kan niet dwingen, daar is het liefde voor.

Hooglied is in de bijbel het boek van de rode oortjes en de erotiek. Over elkaar bloedmooi vinden, over seksuele opwinding. Zinnen als “Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je mond is betoverend, je borsten zijn als kalfjes….”  Dat vind ik dan wel een bijzonder zinnetje JJ.

Je kunt van eten geweldig genieten. Heerlijk! Dat kun je dus ook van elkaars lichaam en als je het geluk hebt in je leven, dat je een partner hebt met wie dat kan, proef het, geniet het! Je hebt de bijbel en het hooglied aan je kant.

 

Nu is er binnen het Hooglied een terugkerend refrein en dat gaat zo: wek de ​liefde​ niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil. Het komt drie keer voor in 8 hoofdstukken. Het heeft te maken met dat seksualiteit wars is van dwang. In die zin is ons woord “vrijen” wel een heel mooi woord. Het suggereert dat er niets moet en dat er ook nergens staat hoe vaak iets moet. Je kunt elkaar niet dwingen tot dingen in de liefde en binnen de seksualiteit. Waar dat wél gebeurt, daar gaan we elkaar beschadigen en soms heel erg ook. Ik wil daarin een verdiepingsslag maken. Het is heel bijzonder om te weten wanneer de Joodse mensen het Hooglied lezen. Dat doen ze nl. op het belangrijkste feest dat ze hebben in hun geloof: het pesach. Dan staan ze stil bij de tijd dat ze gevangen zaten in Egypte en dat er één en al dwang en druk was op hen. Dwang van de Farao dat ze keihard moesten werken, 7 dagen per week. Angst voor de zweep als ze niet goed genoeg deden. Angst ook voor het leven van hun kinderen: de jongetjes werden gedood door de Farao.

 

In de tweede wereldoorlog zijn er weinig kinderen geboren. Daar zat angst achter bij de mensen. Wat voor toekomst geven we onze kinderen, in wat voor wereld komen ze terecht? Ná de tweede wereldoorlog is er de babyboom: mensen voelen vrijheid, toekomst en durven die toekomst weer aan. Zoiets is het dus ook met het Hooglied. In Egypte was dwang, geen toekomst, dreiging. Maar dáár haalt God hen dus uit, uit de dwang. Dat vieren ze met Pesach: vrijheid van dwang! En dan kan er weer ruimte ontstaan voor nieuwe toekomst. Tegelijk juist het feit dat het lied over de verrukking van de liefde met dit feest wordt gelezen, geeft ook aan dat beide belangrijk zijn: vier de liefde, blijheid. En tegelijk heb altijd respect voor de grenzen van de ander: vrijheid moet er voor allebei zijn, anders is het geen “vrijen” meer. Zou je kunnen zeggen dat er ook geen “ja’da” meer is, geen gemeenschap, maar vooral één iemand die z’n zin doordrukt. Blijf altijd praten. En…, kom je er samen niet uit, zoek dan ook hulp.

 

Brengt me bij een ander punt, de laatste lezing, uit Deuteronomium: 21Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn ​huis. In vorige vertalingen stond dan “je zult niet begeren de vrouw van je naaste”. Dat klinkt haast alsof je de man of de vrouw van een ander niet mooi mag vinden en daar nooit een keer over mag fantaseren. Dat staat er niet. Letterlijk staat er “je moet je hand niet uitstrekken naar…..” Het zou ook wat te zot zijn: er staat ook dat je het huis van een ander niet mag begeren. Ik was laatst in een huis waarvan ik dacht: wát een mooi huis! Het was niet van mij. God heeft veel mooie vrouwen gemaakt en mooie mannen ook. De Engelsen hebben er een prachtig woord voor waar ook zo’n beetje de grens ligt “eye-candy”, oogsnoepje. Er zit een grens bij iets of iemand mooi vinden, wel geniet ervan én vervolgens plannen maken, je zinnen erop zetten om te kijken hoe jij die ander kunt afpakken. Dan ga je dingen en mensen kapot maken, relaties van jezelf en anderen. Alsjeblieft, gun je zelf dat je mooie mannen of mooie vrouwen ziet. Maar waar je merkt dat het meer wordt dan alleen “zien” en overgaat in “plannen maken om die ander de jouwe te maken…..”, stop daar alsjeblieft. Dan maakt lust meer kapot dan je lief is. Of anders: dan maakt lust kapot wát en wie je lief is.

 

Dat brengt me op een laatste punt. Ik realiseer me dat ik met deze overdenking vooral inzet op woorden als “ja’da, op elkaar door en door kennen, op seksualiteit verbonden met veiligheid, met liefde, met trouw. Zeg maar de kant van “zo bedoelt de bijbel het”. Een soort ideaalplaatje.  Dat doe ik vanmorgen bewust, omdat ik wat lijnen wil neerzetten. Tegelijk weet ik ook van de andere kanten. Van de wonden die er zijn rond seksualiteit: misbruik van elkaar, dwang, pijn daarover, vreemdgaan en de pijn daarover. Die verhalen zijn hier onder ons, mensen met pijn. Die verhalen zijn de verhalen óók van de mensen in de bijbel, waar mensen vreemdgaan, bedrogen worden, bedriegen en misbruiken. Ik vind het troostend dat ze in de bijbel staan, want dat maakt het boek levensecht. Ik wil er zo in de voorbeden aandacht aan besteden. Dat is geen doekje voor het bloeden, dat ik er nu niks over wil zeggen. Maar bij die voorbeden zijn we eigenlijk terug bij Psalm 139. Over God die ons kent, door en door. Die de verrukking kent in ons leven, de liefde, maar ook de pijn juist waar we het meest kwetsbaar zijn, in ons lichaam, in onze liefde. Ik wil dat straks benoemen en tegelijk ook zeggen: wie gekwetst is, en het wil delen met mensen bij wie je je veilig voelt – bij vrienden, familie, psycholoog, maar dat mag ook een pastor zijn, een predikant – doe het. Amen

 

 

 

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.