Pak maar mijn hand

Lieve allemaal,

Pak maar mijn hand, is vanochtend het thema. Ik wil dat op twee manieren naar voren brengen.

Eerst: de hand van God, wat betekent het als je die pakt? Of, als die jou “vasthoudt”

Twee: pak maar mijn hand, als een medemens nu jou die hand aanreikt,  zou dan in die medemens misschien dan ook weer de hand van God te zien zijn?

Sometimes you need a hand to hold

Eerst maar die hand van God dus. In de bijbel wordt heel mensvormig over God gesproken. Dat woord moet ik misschien eerst uitleggen. God – mensvormig. Dat betekent dat we over God gaan praten alsof Hij eruit ziet als een mens. De vorm heeft van een mens. Een neus heeft, een mond, ogen, oren én dus handen.

Nou is dat niet heel logisch, want God is geen mens. Ziet er dus ook niet zo uit als wij. Niemand heeft ooit God gezien. Jezus zegt ergens (Johannes 4): God is Geest – Pneuma. Wind betekent dat. Wind zie je niet, wind voel je wel. Of, in het hele oude testament is vooral de Náám van God kenmerkend. JHWH, Ik zal er zijn op mijn manier. We geven dat in het Nederlands weer met “Heer”. Dus overal waar in het oude testament in onze vertaling “Heer” staat, staat dat mysterieuze “Ik zal met jullie zijn” in het Hebreeuws. Ook in de psalm dus, die we hebben gelezen “Ik zal er zijn”, U k ent mij en U doorgrondt mij, dat is wat er letterlijk staat.

Maar dat klinkt natuurlijk op een bepaalde manier heel ver weg en wazig. God die Geest is? Die “Ik zal er zijn” heet, maar die onzichtbaar is….. Veel minder concreet dan “de hand van God is met mij en gaat overal met mij naar toe waar ik heen ga”. Want een hand, dat is misschien wel het meest dichtbije van een mens. Een hand op je schouder, die kun je voelen. Een hartelijke hand, die je elkaar geeft als je elkaar begroet. Een handje helpen of misschien wel 5 handjes helpen bij behangen of bij de afwas. Handen van een verpleegster die verzorgen. Noem het maar op. Zichtbaar en concreet. Niks “geest”.

En zo vertelt de bijbel dus ook dat God een hand heeft. Zoals er bijvoorbeeld ook wordt verteld dat God een hart heeft en een arm en zelfs een neus! Het zijn allemaal woorden die over óns menselijk lichaam gaan. Mens-vormig over God spreken, alsof God eruit ziet als een mens. Heeft God dan echt een neus, een arm, een hand? Niemand heeft ooit God gezien…., en God is Geest, wind. Nee dus, als je het letterlijk neemt.

Maar het bijzondere van deze God met die mooie naam – Here, Ik zal met je zijn op mijn manier – is dat Hij ervaarbaar is in ons leven. Wij merken wat van Hem en dat geven wij weer in taal die wij verstaan. En dat doen we met beelden die wij als mensen goed begrijpen. Wat wij mensen ervaren in ons leven van God, dat proberen wij in onze menselijke taal weer te geven. Dat is dus dat mensvormige. God wordt in de bijbel heel regelmatig voorgesteld op een heel concrete manier, alsof Hij een mens is. De arm van God zal ons redden. Of de hand van God die ons vasthoudt of met ons meegaat zoals in psalm 139.

Wat bedoelen we dan? Ik denk dít: we durven van een aantal ervaringen in ons leven te zeggen: “dit was God!” Híer was Hij bij! Laat me een paar voorbeelden noemen;

  • Iemand die het moeilijk heeft vertelde me een tijdje geleden dat hij iemand op straat tegenkwam, die precies dezelfde problemen heeft gehad. Gehad, want die ander is er doorheen! Net – laten we hem Jan noemen – zit Jan echt even enorm in de put en dán komt hij – laat ik hem Hans noemen – Hans tegen en ze raken ze in gesprek. Hans vertelde zijn verhaal en dat geeft Jan geweldig veel moed. Hij raakt uit de put, heeft nog wel een lange weg te gaan, maar het helpt. Jan zegt: dat moest zo zijn. God stuurde diegene op mijn pad! Mensvormig over God praten: alsof God diegene had ingefluisterd, daar loopt Jan, ga ff met hem praten.
  • Iemand anders zegt: als ik in de nacht alleen lig nu mijn partner er niet meer is, gestorven, dan voel ik me zó alleen. Als ik dan bid, dan is mijn partner er niet, uiteraard, maar ik voel me minder alleen. Ik voel dat er naar me wordt geluisterd. Dat maakt me rustiger, het oor van God.
  • Iemand anders vertelt: ik heb iets ergs meegemaakt. Ik ga dat erge niet mooier maken dan het is, want het was erg. Maar daardoor ben ik wel een ander mens geworden, anders mens. En ik heb het gevoel dat God me daarbij heeft geholpen door die ellende heen om een ander mens te worden. God die je bij de hand neemt, je soms loslaat en dan weer vasthoudt.

Zo zijn er talloze verhalen. Ik denk dat als we in groepjes uiteen zouden gaan en elkaar wat zouden vertrouwen we heel veel van dit soort verhalen kunnen horen.

Ik zei dat we van een aantal ervaringen DURVEN zeggen “hier was God, vlakbij mij”. Het is een soort interpretatie. Ik zeg, ik denk, ik ervaar en uiteindelijk ík geloof dat het geen toeval was wat er gebeurde. Maar dat die onzichtbare Geest, die onzichtbare God met die bijzondere naam – Ik zal met je zijn op mijn manier – op dat moment dus écht aanwezig was.

Is daar een totaal bewijs voor? Nee, dat is er niet. Wat er wél is, is dit boek waarin verhalen van mensen staan – Abraham, Ruth, Mozes, David, Esther, Petrus, Maria, Paulus – noem ze allemaal maar op, die zeggen: wij hebben dat precies zo gehad. Als wij het wagen om onze ervaringen te benoemen als “God hielp me, of Hij was erbij”, dan staan we in een lange reeks van mensen, die dat óók durfden en deden. Die ook de stemmen om zich heen én in zichzelf soms!  hoorden van “wat een onzin, God bestaat niet. Of “dat is toch gewoon toeval”. Maar ze durfden het toch en dat gaat maar door, al eeuwenlang. Dat zou in elk geval een aanwijzing – geen echt bewijs – kunnen zijn, dat die Stem van God in elk geval door de eeuwen maar blijft klinken.

Dat zou ons kunnen stimuleren om te  geloven, vertrouwen dat het dus inderdaad God dan ís. Misschien goed om te zeggen dat sommigen daar héél stellig in zijn en anderen juist niet. Voorbeeld van dat laatste is bijvoorbeeld Esther. Misschien is dat wel het meest bijzondere boek in de bijbel, want in dat hele boek komt het woord God niet voor en de naam God ook niet. Het enige waar iets van een verwijzing naar God zit is als er op een zeker moment tegen Esther wordt gezegd door haar pleegvader: wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze. Wij kennen die uitdrukking ook als we zeggen “wie weet moest het wel zo wezen…..” Je durft dan uit een soort schroom niet te zeggen “dat wilde God vast zo”, maar je sluit het ook net niet helemaal uit. Waarom noem ik dit voorbeeld? Er zijn mensen onder ons, die vrijuit durven te zeggen “toen en toen heeft God me geholpen”. En er zijn mensen die daar juist ook schroom bij voelen. Diezelfde schroom kent koningin Esther en ze staat in de bijbel en die noemt het “geloof”.

En we zeggen het dan in mensvormige taal, die eigenlijk heel onlogisch klinkt. De hand van de onzichtbare God helpt ons…….

Nu die vraag naar of het logisch en terecht is dat ook door ons mensenhanden heen Gods hand kan werken. Daarnet, zo zou je kunnen zeggen, ging het er vooral over de vraag of God ook direct, buiten mensen om te merken valt. Als je alleen in je bed ligt en bidt, en je wordt dan rustig…., dan is dat als het ware een direct contact, tussen God en mens. Waar geen ander mens bij is. Maar kan God en zijn hand nou ook door óns heen komen? Dus zeg maar indirect, God door ons heen! Via ons.

Antwoord volgens mij: Ja en ja. Dat moet ik dus even helder uitleggen.

Eerste ja: om te beginnen denk ik dat dit Gods favoriete manier is om tot ons te komen. In de bijbel staan veel verhalen, geboden, woorden en waarden. En die worden allemaal verteld om ons, de mensen van God, te inspireren om te gaan leven op een manier, zoals God het bedoelt. Als wij dus horen “heb God lief met alles en heb je naaste lief als jezelf” en we handelen daarnaar, dan wordt dit leven mooier. Dan laten we ons dus hier allemaal positief beïnvloeden door de woorden van God. Voorbeeldje: als je je noaber helpt die ziek is bij het knippen van de heg of bij het leggen van een straatje, dan handel jij op dat moment op een manier waar God blij van wordt! Als je vrijwilligerswerk doet in het ziekenhuis, bij de voetbal, hier in de kerk, dan handel je naar de woorden en waarden van God. Als je vluchtelingen op weg helpt in Nederland, dan snap je “ik  was een vreemdeling en jij hebt me geholpen een plekje te vinden in Nederland.”

Nou klinkt dat zó gewoon: dat dóe je toch gewoon! De meesten van ons vinden dat misschien wel  zó gewoon dat jullie het raar vinden dat ik dat nu noem. Dat is toch normaal? Dat is het dus niet. Gelukkig doen heel veel mensen vrijwilligerswerk in Nederland, meer dan in Europa. Maar uit onderzoek van CBS en SCP komt telkens weer naar voren, dat mensen uit de protestantste traditie echt meer vrijwilligerswerk doen – gemiddeld dan – dan mensen uit andere richtingen. En dan vrijwilligerswerk op breed terrein, niet alleen in de kerk. Maar ook in de sport, ziekenhuizen, natuur enz.  Ik vind het ontzettend tof, dat wij dat “heel gewoon vinden”. Het zit dus blijkbaar haast in ons bloed. Gelukkig dus ook bij andere mensen, we zijn niet beter dan anderen en dat willen we ook niet zijn. Maar het feit dat we dit zó gewoon vinden, dat komt omdat we hier telkens weer de verhalen horen over “omzien”, “je naaste liefhebben als jezelf”, “barmhartige samaritaan” enzovoort. Het wordt ons met de paplepel ingegoten, waardoor je haast niet anders weet.

Natuurlijk gaat het ook mis. Maken we fouten, blunders, gaat het niet perfect. Zelfgenoegzaam hoeven we niet te worden. Maar aan de andere kant hoeven we onszelf ook niet kleiner te maken dan we zijn in dezen. Gewoon constateren dus: als je die verhalen over “omzien” vaak hoort, dan gaat het in je bloed zitten.

Dat is precies het beeld van het Lichaam van Christus waar Paulus het over heeft. Het hoofd is Christus. Die verhalen zitten als het waren in ons hoofd en in ons hart. En wij gaan ernaar handelen. De één doet dat met z’n handen. Denk aan het noaberschap, de stoelen die we hier klaar zetten, gewoon wat je voor een ander doet. De ander doet het met z’n oor, die luistert naar mensen, geeft aandacht aan mensen, gaat op bezoek. Weer een ander doet het met muziek, met zijn of haar mond. Of je wordt voorzitter van de kerkenraad in je vrije tijd. Of je besteedt jarenlang tijd aan de diaconie. Of je gaat de Baalderpot beheren, zodat het in onze wijk door kan gaan. Echt, dat is gewoon “kerk in uitvoering”, Christus die invloed heeft op ons doen en laten. En gelukkig is het Christus, want die kent ons ook wel en die weet dat we fouten maken en Hij pint ons er nooit op vast. Dat is het eerste “ja”.

Het tweede “ja” is dit. Soms vindt iemand het gewoon “fijn” dat je iets voor een ander hebt gedaan. “Dank je wel”, dat je me zo trouw bezocht toen ik alleen kwam te staan.” “Dank je wel, dat je me een boodschappenpakket komt brengen”. Maar soms gebeurt er ook iets meer. Dan is wat jij komt doen voor die ander écht een Godsgeschenk. Wie weet heb je die ervaring zélf wel of ken je mensen die het hebben. Vlak voor de kerst mocht ik bij iemand iets brengen – geschonken door één van onze gemeenteleden – . Later hoorde ik dat wat ik had gebracht voor diegene meer was dan alleen een helpend handje. Het kwam precies op het goeie moment en voor diegene was het écht een Godsgeschenk, de hand van God. Zo kán dat dus, dat wat jij doet, wat u doet, wat ik doe en wat wij “heel gewoon vinden” voor die ander heel bijzonder is. En dat die ander dan dus zegt – en dan ben ik weer bij het eerste – , toen en toen, toen ervoer ik in wat er gebeurde “de hand van God en ik pakte die hand en het deed me heel goed. Diegene durft dan die ervaring te verbinden met “Ik vertrouw erop, dat Hij met me is”.

Soms doen we dat uitbundig: ik geloof dat Hij er écht is. En soms met wat schroom of heel veel twijfel…. “misschien moest het wel zo wezen”. Hoe ook, volgens Mozes, David, Esther, Ruth en al die anderen is dat de manier van wie God is. Die met de prachtige naam:  “Ik zal met je zijn op mijn manier”. De hand van de onzichtbare God. Amen.

 

 

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.