Overdenking Eeuwigheidszondag

Lezingen: Mattheüs 5:1-16 en Mattheüs 28:16-20

 

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,

Het is jullie vast opgevallen dat de beide lezingen van vandaag zich afspelen op een berg. Volgens

de traditie is dat één en dezelfde berg. Waar Jezus zijn bergrede houdt, daar geeft Hij de leerlingen ook de opdracht om de wereld in te gaan. De opdracht is dan dat ze mensen mogen uitleggen en vertellen wat Jezus hen heeft geleerd en voorgeleefd. In feite is dat dus: ga de mensen vertellen wat je onder andere hier, op deze plek hebt geleerd: de bergrede. En vertrouw erop, ik zal met jullie zijn, alle dagen, totdat deze wereld voltooid is.

Het is zo rond het jaar 75 als Mattheüs deze woorden van jezus opschrijft en hij doet dat in de plaats Antiochië, dat op de grens van Turkije en Syrië ligt, het huidige Antakya. Net over de grens, in Syrië, is nu één van de meest nare en gewelddadige omgevingen waar je als mens kunt wonen. Als je het hebt over de woorden van de bergrede ‘”gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God worden genoemd” of “gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten”, dan staan die haaks op wat er nu in de buurt van Antiochië gebeurt.

Dat doet het ook als Mattheüs zijn verhaal opschrijft. Hoezo?  Mattheüs en de mensen voor wie hij schrijft zijn net als talloze mensen vandaag gevlucht. In het jaar 70, zo’n vijf jaar voordat hij schrijft wordt Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Er ontstaat nl. in Jeruzalem rond het jaar 66 een enorme opstand van de Joden tegen de Romeinse overheersing. Die opstand duurt 4 jaar, ongeveer net zo lang als de oorlog in Syrië nu duurt. En dan nemen de Romeinen Jeruzalem op een gruwelijke manier in. Mensen zijn vermoord en de tempel, één van de meest mooie bouwwerken uit die tijd, die net rond het jaar 64 af was wordt in het jaar 70 totaal verwoest.

Veel mensen slaan  op de vlucht. En een deel van hen woont dus in Antiochië, zoals er vandaag ook talloze vluchtelingen uit Syrië in Turkije wonen.  Daar likken ze hun wonden, daar proberen ze verder te leven en weer hoop te krijgen. En dáár gaat Mattheüs, voor zijn Joodse volksgenoten het verhaal van Jozua uit Nazareth opschrijven en vertellen. Waarom? Omdat er in Jozua – Jezus is dus de Nederlandse vertaling van Jozua – voor Mattheüs en veel meer mensen in zijn omgeving een bron van hoop ligt in de meest sombere en donkere tijden.

Mattheüs schrijft meer dan de andere drie mensen die een boek over Jezus hebben geschreven over een berg. Dat doet hij vanwege de mensen voor wie hij schrijft. Een berg? Joodse mensen moeten dan direct denken aan Mozes, de grote man van God. Ging die niet de berg op in de Sinaïwoestijn en ontmoet Hij daar God niet? En komt hij niet naar beneden met de woorden van God, de tien geboden. Over hoe je moet leven. En Mozes, was die niet degene die in de naam en kracht van God het volk Israël bevrijdde van de Farao en de Egyptenaren? Het is niet de eerste keer dat het Joodse volk onderdrukt wordt. Maar dan is het misschien ook niet de laatste keer geweest dat God de mensen heeft geholpen.

En Mozes…, als hij  aan het einde van zijn leven komt, dan legt hij toch ook  nog een keer aan het volk opnieuw uit hoe ze het beste in naam van God konden leven en is Hij toen niet op een berg bij God overleden en van de mensen weggegaan? En opgenomen bij God? De parallellen zijn helder: Mattheüs wil dat zijn bange en verdrietige volksgenoten gaan vertrouwen dat dezelfde God die in Mozes  hen nabij is geweest, hen nú nabij is in Jozua uit Nazareth. Maar dan nog intenser dan bij Mozes. Jezus vertelt net als Mozes hoe God het leven wil vanaf een berg! En Jezus stuurt zijn leerlingen de wijde wereld in vanaf een berg, zoals Mozes het volk het beloofde land instuurt. En Jezus, Joshua, is volgens Mattheüs nog meer dan Mozes. In hem woont God zélf en in Hem heeft God zelfs de dood overwonnen. Waardoor je het vertrouwen krijgt dat het met de dood niet is afgelopen.

Laten we, dat is de boodschap, verder leven met hoop ondanks wat er is gebeurd met ons volk. Laten we het goede vertrouwen houden, dat we in de handen van de God van Mozes, Elia zijn, die we nu nog beter kennen in Jezus..

En laten we erop vertrouwen dat God deze wereld niet loslaat, totdat alles nieuw, alles heel is. Er niemand meer hoeft te vluchten. Niemand meer hoeft te huilen om wat er is gebeurd. Niemand meer heimwee heeft naar degene die je zo mist en die gestorven is. Niemand meer te weinig te eten heeft, omdat iedereen wil delen met elkaar.

Zo ver is het dus nog niet voor de mensen in Antiochië. Hun verdriet zo rond het jaar 75 is erg vers. Wat is nu 5 jaar als je stad en je land helemaal zijn verwoest en je mensen hebt verloren?

Zo ver is het dus nog altijd niet. Deze wereld is niet af. Dat weten wij met ons hoofd al heel lang en met ons hart ook. In onze wijk gebeurt van alles waaraan we dat merken. Er zijn mensen ziek, heel ernstig soms. Er is de tragiek van mensen die eerst van elkaar hielden, maar van wie de liefde voorbij ging. Een scheur door hun eigen ziel en als er kinderen zijn is dat voor hen ook vaak ingrijpend. Er zijn mensen die wakker liggen van de reële geldzorgen.Er is verdriet waar we vandaag extra bij stilstaan: de dood die in ons leven scheuren en verdriet aanbrengt. De namen van de mensen die in het afgelopen kerkelijk jaar zijn gestorven  worden genoemd. En straks kan ieder die dat wil  kaarsjes aansteken voor mensen die we ook missen. Soms al heel lang missen. Dat is het leed in onze wijk, waar wij het al moeilijk genoeg mee hebben.

En de laatste maanden komt er ook ander leed bij ons binnen. Oorlogsleed en mensen die daardoor op de vlucht moeten. Niet langer zien we het op tv, ver weg, maar vlakbij. Vlakbij, omdat er noodopvang is geweest in de evenementenhal van mensen uit Syrië. Vlakbij, omdat er straks een AZC komt bij de Marslanden. Maar niet alleen het oorlogsleed komt vlakbij, ook de terreuroorlog zélf komt dichterbij. Gelukkig niet bij ons in Hardenberg, maar Parijs is niet ver en Brussel nog dichterbij.  Het is niet onmogelijk dat er in Nederland ook dit soort erge dingen gaan gebeuren. Het is de onvoltooide wereld. De wereld die niet af is. Waar gelukkig, Goddank, ontzettend veel goeds is en heel veel geluk. Maar voltooid? Onvoltooid.

Nu vertelt Mattheüs, dat Jezus de mensen de opdracht geeft om het goede nieuws te vertellen, dat God de wereld niet in de steek laat, totdat het wél af is. En Hij zegt er wat bij: leer ze te leven op de manier zoals ik het heb voorgedaan. Zoals Ik het voor jullie heb gedaan. Zoals Ik het heb voorgedaan. En dan komt die bergrede in beeld met die bijzondere uitspraken.

‘”Gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God worden genoemd” of “gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten” “Gelukkig als je verdriet hebt, want je zult getroost worden.”

Wij kijken gemiddeld anders aan, denk ik, tegen geluk. Geluk is als je gezond bent. Geluk is als je geen geldzorgen hebt. Geluk is, dat je een dak boven je hoofd hebt. Geluk is als er liefde is in je leven. Maar geluk als je verdriet hebt? En dat zegt Jezus dan tegen mensen die in Jeruzalem allerlei mensen gedood hebben zien worden? Gelukkig als je zachtmoedig bent, want je zult het land bezitten? En dat schrijft Mattheüs aan mensen die hun land zijn ontvlucht?

Laat me het – samen met jullie – proberen te begrijpen. Mijn moeder zei altijd: de omstandigheden doen wat met jou, maar jij moet ook wat met de omstandigheden doen. Hoe reageer je erop, als jou kwaad wordt aangedaan? Ben je uit op wraak? Ben je je hele leven bezig vanaf dat moment om de mensen te haten die jou iets hebben aangedaan? Dat betekent dat je als het ware je hele leven lang je laat bepalen door wat die mensen jou hebben aangedaan. De haat heeft jou te pakken. Zou het niet mooi zijn, als je door de haat héén kunt groeien naar een andere houding? De omstandigheden doen iets met jou, maar jij kunt ook iets met de omstandigheden doen. Geluk is in die omstandigheden  misschien wel dit, dat je de haat overwint en weer het leven in kunt. Gelukkig de mens die zachtmoedig raakt, want je zult weer leven, de haat voorbij.

Of, als je iemand hebt verloren aan de dood. Rouwen is een heel normale en begrijpelijke reactie op gemis. Verdriet, als je van iemand hebt gehouden….. Als mensen hun verdriet lopen te verdringen, keihard en onbarmhartig zijn voor zichzelf: gewoon doordoen, niet meer aan denken, dan kom je je zelf een keer enorm tegen. Het verdriet moet eruit. Pijn aan je ziel…., de tranen moeten worden gehuild. Dan kun je op den duur ook weer verder, het leven in. Het leven voor de dag dat je geliefde stierf en na die tijd…, dat zijn twee verschillende tijden. De glans is er voor veel mensen vaak af zonder je geliefde. Tegelijk als je er doorheen huilt én ook de draad van je leven weer oppakt, dan kun je ook weer léven. Vaak zie ik, ieder mens gaat daarin zijn of haar eigen proces, haar eigen weg met de rouw, dat mensen op den duur ook weer gaan léven, meer dan alleen overleven. Geluk is dat in het verdriet de tranen komen; alleen zo kun je verder en getroost worden.

Over dát soort dingen gaat het in die zaligsprekingen. Over dat er dingen zijn die op jouw pad komen. Maar wat doe jij dan met de omstandigheden, met die dingen? Ik ga het nog even wat concreter maken, juist nu met wat er in ons land gebeurt. Wat is nu – als u, jij, ik – me wil laten inspireren door de woorden van Jezus, de manier om te praten over Moslims? Gelukkig ben je, als je vrede sticht, want dan ben je een kind van God…. Nu is onze wijk Baalder behoorlijk blank, maar ook hier wonen mensen uit andere landen. Sommigen van hen zijn moslim. Heel concreet, op de Elzenhof zijn zo’n 10 kinderen die moslim zijn. Als je nou thuis bent en met je kinderen aan tafel zit, hoe praat je dan met je kinderen over alles wat er in de wereld gebeurt? Leer je ze dan dat alle Moslims uit zijn op geweld? Leer je ze dat er helaas een kleine groep extremisten is en dat het overgrote deel van de Moslims net zo vredelievend is als jullie thuis? Hoe leer je ze naar hun klasgenootjes kijken? Jullie zijn het zout van deze aarde, zegt Jezus. Zout is in de oudheid het middel om bederf, verrotting tegen te gaan. In het oosten in die dagen is geen koelkast, geen vriezer. Vlees bederft en verrot heel snel. Tenzij je het goed insmeert met zout. Dan bederft het niet en wordt het niet rot. Jullie, mijn leerlingen, kunnen wat doen tegen de verrotting van deze wereld. Of anders…., jullie kunnen helpen het in deze wereld wat lichter te maken, Licht te verspreiden!

Vrede stichten, zachtmoedig zijn; hoe praat je, hoe praat u, hoe praat ik  over andere mensen? Over andere geloven.

Troosten, elkaar nabij zijn, als de één verdriet heeft. Trouw zijn en niet denken dat het wel te snel over is, het gemis. Blijven komen en blijven luisteren naar de verhalen over de mensen van voorbij, verhalen die we zo graag herhalen.

En er is nog een ding, dat bij de voorbereiding door iemand werd ingebracht en waar we allemaal van zeiden: ja, dat is belangrijk! Wij allemaal, ieder met ons eigen verhaal, wij léven. En wij kennen allemaal wel één of meer mensen, met wie we heel blij zijn. Vaak zeggen we dat óver iemand, als diegene gestorven is. Dat is mooi en goed om het dan te zeggen. Maar daarnaast is het misschien minstens zo belangrijk om het NU tegen iemand te zeggen, die voor jou, u zo belangrijk is. Het is zó kostbaar, als je medemens bent van elkaar. Jij bent een lichtje in mijn wereld. Jij bent een korrel zout voor mij, die me helpt om niet ten onder te gaan. Zeg het tegen elkaar!

Zondag van de voltooiing. We vieren en hopen iets dat er nog niet is. Zoals Abraham op pad ging met een stem, die zei dat hij maar moest gaan naar een onbekend land en hij was er nog lang niet. Zoals Jesaja een visioen had van deze wereld helemaal anders. Zoals de leerlingen na goede vrijdag dachten, dat het helemaal was afgelopen met God en zijn trouw. Abraham is gegaan…, zonder te zien. De leerlingen zijn op pad gegaan, de wijde wereld in. Met de woorden en de waarden van God. Met het blinde vertrouwen, dat de trouw van God wáár is. En dat het ooit écht een keer goedkomt. Tot die tijd hebben wij de woorden van Jezus hoe te leven. Gelukkig ben je als je zachtmoedig bent, als je vrede sticht in een onvoltooide wereld… Gelukkig ben je als je elkaar troost…. Amen.

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.