Opgebloeid

Lieve mensen, allemaal lieve mensen van Jezus Christus, onze Heer,
Alle vier de evangelisten vertellen het verhaal over Jezus die sterker is dan de dood op hun eigen
manier. Dat komt omdat hun doelgroep, de mensen voor wie ze schrijven, allemaal een andere
is. Vergelijk het maar met the passion. Ik weet dat er veel ouderen zijn, die dat helemaal niks
vinden. Zij gaan veel liever naar een kerkdienst of luisteren naar de Mattheüspassion. Maar heel
veel anderen vinden the Passion juist mooi. Ik weet zeker dat zowel Bach áls de makers van the
Passion hetzelfde wilden: proberen mensen de waarde van het geloof in Jezus duidelijk te
maken, in de hoop dat het vonkje overspringt.
Johannes schrijft voor Jóódse mensen. Hij is zélf ook een Jood. Jochanan, dat is zijn Joodse naam.
En Jochanan is zelf geraakt door en overtuigd van de liefde van God die in Jezus is verschenen.
Dat Jezus écht de Messias is én dat God verder dan ooit is gegaan in zijn liefde met mensen.
Dwars door de dood heen heeft Hij ons lief en Hij is zelfs sterker dan de dood.
Nu probeert Hij Joodse mensen te overtuigen en als je zijn boekje leest, direct al vanaf het begin,
dan legt hij vrij consequent lijntjes naar wat wij noemen het oude testament. Of, even in de
termen van de Joden zélf, hun tenach, hún bijbel. Daar zou ik heel veel over kunnen vertellen,
maar ik neem jullie nu maar gewoon mee naar het lijntje op déze morgen en in dit verhaal. Jullie
zullen zien, als je alle 4 de evangelieverhalen leest, dat Johannes van die 4 verreweg het meeste
accent legt op het feit dat het verhaal zich afspeelt in een tuin, een hof, een olijfgaard is het.
En in die olijfgaard een vrouw én een man. Ik denk dat bij ons ook al wel het lampje gaat
branden van “hé, dat lijkt het begin van de bijbel wel, het paradijs, een man en een vrouw in een
tuin.” De andere drie hebben het verhaal dat er meer vrouwen zijn, Johannes vertelt van Maria
en Jezus.
Waarom vertelt Hij het zo? Hij wil dat zijn Joodse lezers datzelfde gaan denken. Tuin? Dat moet
over het paradijs gaan. Over de goede en hartelijke bedoelingen van onze God. Man en vrouw?
Dat lijken wel Adam en Eva. Graf….., dat gaat toch over alles wat deze wereld juist níet tot
paradijs maakt. Een tuin in puin, verwaarloosd. Dood…., dat is toch het woord dat vertelt wat
voor donkere grauwsluier er over de tuin, over het leven ligt? Dood, dat is letterlijk dood, omdat
je iemand vreselijk kunt missen door de dood? Dood, dat is het lot van ieder mens.? Maar dood,
dat is ook figuurlijk dood. Dat is dat er ruzie is tussen mensen, Kaïn die Abel niet kan luchten of
zien. Dat is dat mensen niet weten waar ze voor leven. Ze leven wel maar ze zien er de zin niet
van in. Dood is soms letterlijk en figuurlijk tegelijk. Als je als jonge jongen zó vol bent van haat
naar andere mensen, die niet geloven wat jij gelooft en je gaat dood en verderf zaaien in de tuin
van deze wereld en je brengt mensen om. In Ankara, in Istanboel, in Brussel, in…… Dood ben je,
als je als Joodse hogepriester samen met je collega’s besluit iemand onschuldig te veroordelen.
Dood is Maria. Ze huilt om Jezus. Omdat ze in Hem écht nieuwe hoop had gevonden. Misschien
wel vooral de hoop, dat het leven sterker is dan de dood. Lucas, de collega-evangelist van
Johannes, vertelt dat Jezus bij Maria 7 demonen had uitgedreven. Hij licht dat niet nader toe, wat
voor verwoestende en ontwrichtende uitwerking die demonen hebben gehad. Maar 7, dat is het
getal van de volheid. Je zou in elk geval dít kunnen zeggen, dat Maria’s leven langere tijd vol van
verwarring en wanhoop is geweest en dat Jezus haar het goede van het leven weer heeft doen
proeven! Hij was de bron van haar hoop, God zélf, die voor de tuin kwam zorgen. Haar leven
weer had hersteld. Maar nu is die tuinman dood…..
Johannes is een schrijver die wel wat houdt van taal, van dubbele bodems in zijn verhalen. Maria, zo vertelt hij, ziet Jezus door haar tranen wel staan, maar ze denkt dat het de tuinman is. Dat is Hij niet én wel. Want de tuinman, die zorgt ervoor, dat de tuin wordt aangeharkt en gaat met zóveel deskundigheid om met de tuin, dat die herstelt. Alzo lief heeft God de tuin van de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon – de tuinman – naar deze wereld heeft gezonden om haar van de winter te redden en weer in bloei te brengen! Zoiets.
Jezus noemt haar bij haar naam “Maria”. En dat komt bij haar binnen. Haar ogen gaan open, ze gaat weer helder zien, door haar tranen heen. Ze ziet Jezus én ze ziet de tuin. Haar kijk op het leven verandert. Rabboeni, meester!!
Ik ga een link leggen naar de doop. Die is er namelijk direct. Vanochtend vieren we de doop van 5 kinderen. Hun namen worden direct in één adem genoemd met de naam van God. Verbonden, ze horen bij elkaar. De Schepper van ons allemaal, zegt tegen al die vijf kinderen: jij, je hoort bij Mij! En Ik heb jou goed gemaakt en bestem jou voor het leven. Ik doop je in de naam van de Vader, je Schepper!
En ik doop je in de Naam van de Zoon. Het is helder, deze kinderen zijn zo onschuldig als het maar kan. Niets zo teer als een klein kind. Tegelijk, wij zijn hier allemaal en we weten dat we dat lang niet altijd zijn. Er kan zóveel op ons pad komen in het leven. We kunnen geweldig veel liefde geven aan elkaar, ons leven kan bloeien! Gefeliciteerd als het er zo met je voorstaat. Geniet het, het is de bedoeling van de Schepper. Maar er kan ook veel donker zijn in ons leven, de tuin een rotzooi of veel niet bloeiende planten. Als je verdriet hebt, omdat je geliefde er niet meer is, je man, je vrouw. Of je kind….. Als je verdriet hebt, omdat je bezig bent met jezelf in de nesten te werken, steeds verder. Wie weet deel je die problemen met een ander, of wie weet ook niet en word je enorm eenzaam en somber. Wie weet is er heel veel gebeurd in je leven en heb je daar tot op de dag van vandaag nog dagelijks hinder van. Je ziet Jezus tijdens zijn leven mensen opzoeken, als hun – ons – leven in de knel zit. Er is geen moment dat Hij niet met ons te maken wil hebben. Alzo lief heeft God de tuin gehad, dat Hij zijn zoon, de tuinman, naar deze wereld heeft gezonden, naar Maria…… Maria!!
Dat de namen van deze kinderen ook worden verbonden met de naam van Jezus – ik doop je in de Naam van de Zoon – zegt: ook als er tijden van donker en verdriet in het leven van je kind komen, jij blijft voor God áltijd de moeite van het houden en inzetten waard. Schrijf jezelf nóóit af. Maria, Tess, Boet, Luuk, Lyza, Nadine, Wim, vul je naam in!
Ik doop je in de Naam van de Geest. Het is vandaag Pasen 2016. Laten we er nu eens vanuit gaan, dat Jezus zo rond het jaar 30 Maria in de tuin ontmoet. Dat is ongeveer 1985 jaar geleden. Hoe bijzonder is het dat wat zó lang geleden is gebeurd op één klein plekje in Jeruzalem vandaag over de hele wereld wordt verteld. We noemen – Jochanan noemt het! – “geest”. Het Griekse woordje is “pneuma”, wind. Net zoals je de wind niet ziet, zie je God niet. Maar je merkt de wind wel. Fiets er maar tegenin! Of, laat je maar lekker drijven door de wind als je die in de rug hebt. Geest van God, Gods onzichtbare, maar merkbare en werkzame aanwezigheid? Zie hier, zie overal. We laten ons inspireren. Tot vertrouwen, tot hoop, tot geloof. Om dit leven te ontvangen en te vieren. Om elkaar moed te geven en te ondersteunen, als het heel donker wordt in het leven van iemand. En soms, dan zegt een mens iets als wat Maria zegt: ik heb heel diep gezeten, maar in de diepte had ik het gevoel dat ik niet alleen was, maar dat God bij mij was. Bij mij, dat Hij mijn naam riep en mij er doorheen trok.

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.