In vuur en vlam, pinksteren 2015

foto's preek pinksterenLieve allemaal,
Vandaag is het Pinksterfeest! We vieren dat de Geest van God in Jeruzalem bij de leerlingen komt, in de leerlingen komt. En dan komt er van alles in beweging! Het gaat er waaien, mensen komen in vuur en vlam en het is het begin van een wereldwijde beweging die tot op de dag van vandaag doorgaat. Bij ons, hier. En op talloze plaatsen in de wereld.
Voor veel mensen is Pinksteren iets vaags. Althans, dat was zo toen we het gesprek met de baalderdienstcie. voorbereidden. Met kerst is het concreter: er wordt een Kind geboren. Pasen ook: dat kind is groot geworden, het wordt gekruisigd en het staat op uit het graf. Ook al is dat laatste natuurlijk onvoorstelbaar, tóch…., het is wel heel concreet.
Maar Pinksteren? Een Geest? Het lijkt alsof de bijbel het zelf ook wat ingewikkeld vindt. De bijbel gaat praten in beelden, vergelijking. Uit de natuur, zo zou je kunnen zeggen. Er zijn er drie, vanochtend:
– Wind
– Vuur
– Water, een rivier
Als we die drie goed gaan begrijpen, dan hoop ik oprecht dat we vandaag gewoon een prachtig feest gaan vieren over iets dat minstens zo concreet is als Pasen en Kerst.
Ik neem jullie mee naar dit plekje, het is de Sionspoort in Jeruzalem. Volgens de oude traditie is hier vlakbij de zaal geweest waar de leerlingen zaten, toen de Geest van God over hen kwam.
Eerst maar het woordje “Geest” en dan ben ik direct bij het element “wind”. Bij ons is “geest” iets van overleden mensen of zo, iets spookachtigs. In het Grieks én het Hebreeuws heeft het woord dat wij met Geest vertalen niet dat spookachtige, maar is het “wind”. Pneuma, dat is het Griekse woord en dat kennen wij wel van “luchtdruk”. Een pneumatische boor is een boor die werkt op luchtdruk.
Geest is dus niet “spook”, maar geest is “wind”. En wind zie je niet, maar je merkt de wind wel. Als het stikheet is, is het verrukkelijk als er een verkoelend briesje opsteekt. Als je fietst is het heerlijk als je de wind in de rug hebt en flink trappen als je de wind tegen hebt. Maar zien? De wind zíe je niet! Je merkt de wind wél.
Daar zit de parallel met God. Niemand heeft ooit God gezien, maar op deze dag gebeurt er iets nieuws van de kant van God. Zien doen ze dat niet, maar merken wél. Het verhaal van Jezus gaat dóór. Vijftig dagen na Pasen, de het lege graf en Jezus die opstaat, gaat het door. Het zou heel logisch zijn dat na Pasen het verhaal van Jezus was gestopt. Punt.
Maar het gaat dóór. Met kerst maakt God een onverwacht nieuw begin met de geboorte van het Kind. Met Pasen maakt God een onverwacht nieuw begin door de dood heen met datzelfde kind.
Met Pinksteren maakt God een nog weer onverwacht nieuw begin: de liefde van dat Kind smeedt
de mensen aan één en er wordt iets nieuws geboren:
De kerk! Met kerst wordt Jezus geboren. Met Pinksteren wordt de kerk geboren!
En nou zal ik direct daar nog maar een woordje Grieks bij doen, zodat we het gaan begrijpen:
kerk, komt van “kuriàke”, en “kuriakè” komt van Kurios. En dat is “Heer”, Jezus. Kortom: kerk,
dat is mensen die geïnspireerd worden door de liefde van God in Jezus en die daar maar niet
mee op kunnen houden. Omdat de wind blaast, omdat Gods liefde sterk is en onder ons aanwezig
blijft. En er iets is, waarom wij hier willen zijn, moeten zijn. Met twijfels, met vragen voor
sommigen. Vol vuur bij anderen en soms vol vuur en soms vol twijfel bij de meesten van ons. En
dat iets, dat is niet iets, maar dat is de Geest van God. Die als de wind blaast en wij gaan
meedoen.
Ik probeer het in een plaatje te vangen. Deze cartoon vertelt het: het kruis, dat is de liefde van
Jezus. De kerk, kuriakè, dat zijn de mensen samen.
En je ziet het is een heel open gebeuren. Er is
verbondenheid tussen de mensen, een
gemeenschap. Maar het is geen besloten clubje, er is
een ruimte en er kunnen steeds meer mensen bij.
Hartelijkheid, openheid, zoals Jezus dat liet zien
tijdens zijn leven op aarde. Zo is diezelfde spirit er
bij de kerk.
Dus…, wat begint daar op dat plekje bij die
Sionspoort in Jeruzalem, dat is een beweging – de
wind zet alles in beweging! – dat waaiert de wereld
over. Tot bij ons. Daar kom ik zo nog even op terug.
Want ik wil eerst naar het volgende, het vuur. In de bijbel komt vuur vaker voor. Het is daar
symbool, beeld van God. Vuur, dat is warm, verwarmend. Vuur, dat is ook iets waar je je aan kunt
branden, het staat ook voor de heiligheid van God. Als Mozes voor het eerst de stem van God
hoort, dan ziet hij een doornstruik in brand staan. En die struik verbrandt niet, maar gloeit juist
op. Zo zal Mozes leven ook zijn. Op dat moment zit hij in een moeilijk parket, hij is gevlucht voor
de farao. Maar waar die stem van God Hem gaat raken, in beweging gaat zetten, moet je kijken
wat er dan met hem gaat gebeuren. Gaat hij, Mozes, die stottert, die onzeker is, op pad om bij de
farao van Egypte te pleiten om het volk van God te bevrijden.
Hier krijgen alle mensen iets van vuur op zich, in zich. Ik pak even weer het plaatje terug. Met
Pinksteren vieren we dat de liefde van God, van Jezus er voor álle mensen is. En dat niet alleen:
iedereen heeft iets, krijgt iets, waarmee u, jij of ik van betekenis kan zijn voor een ander. Voor de
kerk, voor je buren! Wat je Jezus tijdens zijn leven ziet doen, er zijn voor anderen met zegenende
handen, met een luisterend oor, met een helpende hand, met goede woorden, dat kunnen wij
met elkaar én voor elkaar.
Het is een kwestie van je gaven en je talenten ontdekken. Niemand van ons hier kan alles. Dat is
juist het mooie. Niemand van ons hier kan niets. Dat is ook het mooie. Als we dat van elkaar gaan
waarderen en in elkaar en in onszelf gaan ontdekken, moet je kijken wat er dan kan gebeuren. Ik
denk dat we het hier concreet onder ons zien: het noaberschap. Stoelen zetten op deze morgen.
Muziek maken. Met kinderen naar achteren gaan. Koffie zetten. Het zit ‘m niet in het spectaculaire. Het zit ‘m in het gewone. Als Jezus op een zeker moment de voeten van de leerlingen wast zegt hij: zoals ik doe, jullie liefhebben, heel concreet, doe dat net zo. En voeten wassen is in die dagen werk waarop wordt neergekeken. Voor Jezus, voor God dus niet. Alles waar jij een ander mee kunt helpen in je dagelijks leven, waar je mee kunt helpen in de kerk hier, als het met liefde wordt gedaan: super! God is daar blij mee. Daarom: die vlammen. Zoals Mozes de kracht van God krijgt om naar de farao te gaan…, zo krijgen wij de kracht samen om hier kerk te zijn.
En nou nog die rivier. Waarom die rivier? We hebben het stukje gelezen uit Ezechiël. Hoe uit Jeruzalem, uit de tempel, het hart van God een stroompje komt. En hoe dat stroompje een rivier van jewelste wordt, waar je in kunt zwemmen. En hoe die rivier leven brengt. Vissen in het water, bomen aan het water. Een klein begin…., dat steeds groter wordt.
Ik neem jullie even mee naar het begin van een rivier met een foto!
Hier ben ik geweest! Het is de bron van de Vecht. Heel bijzonder. Naast een boerderij in Darfeld welt water op uit de grond en een heel klein stroompje begint naar beneden te lopen. Je kunt er langs fietsen met een fietsroute. Als je dat doet zie je gaandeweg de vecht steeds breder en dieper worden. Totdat hij zelfs hier langs Hardenberg komt! En wij zien –de gemeente, natuurorganisaties en boeren doen er veel aan – de Vecht steeds mooier worden! En we zien hoe door het water van de rivier de natuur groeit en bloeit. Prachtig!
Er zit iets heel bijzonders in wat we vandaag vieren. Daar begint het, op een plekje met alleen maar Joodse mensen. Die komen wel uit allerlei landen, maar het zijn alleen maar Joodse mensen. Maar daar begint de bron te stromen. En dan gaat het maar door, het kleine stroompje wordt groter en groter. Zo rond het jaar 50 is de rivier al in Rome aangekomen. En nog bijzonderder….., er zijn dan niet alleen maar meer Joodse mensen bij betrokken, maar mensen uit allerlei volken.
Ik kan alle eeuwen langsgaan, hoe de loop van de rivier is gaan lopen. Maar het belangrijkste is dat we zien dat de rivier van Gods liefde nog steeds stroomt. Wereldwijd! Bizar gewoon dat wat heel klein begint bij déze poort uitgroeit – tot op vandaag – tot de grootste religie wereldwijd. En nou gaat het niet zozeer om “wij willen de grootste zijn”, maar vooral om: het is een levende rivier! De rivier, het geloof, God brengt leven in de brouwerij! Liefde, geloof en hoop. Overal ontstaan kerkjes, mensen die bij de kurios willen horen. Tot op bij ons. En met alle mensen over deze wereld vieren we dat op déze dag. Met Kerst vieren we de geboorte van het Kind. Met Pinksteren vieren we de geboorte van de kerk, kuriakè, van de Heer. En wij, wij zijn erbij! Amen

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.