Geef mij nu je angst

Lieve allemaal,

Vandaag gaat het over angst. Dat is dus geen vrolijk onderwerp. Het is wel een onderwerp dat heel menselijk is. Iedereen van ons is wel eens bang. We kennen angst in allerlei soorten en maten. Gezonde angst: als je op een kruispunt loopt en er komt plotseling een auto op je af, dan voel je de angst opkomen en spring je gauw weg. Gelukkig maar dat we dan angst hebben, het is dan een heel goede raadgever.

Ongezonde angst is er soms ook: mensen die bang zijn voor spinnen, voor muizen, om op ladders te staan of om over pleinen te lopen. Ongezond is het, omdat er eigenlijk niet iets is om bang voor te zijn. Net alsof er een alarm keihard afgaat terwijl er geen gevaar is.

Een andere angst:  soms hebben mensen angstaanvallen. Afschuwelijk is dat: eigenlijk is er helemaal niks om bang voor te zijn, maar er spelen blijkbaar dingen in hun leven die zo groot zijn, dat die dingen eruit komen als heel veel angst. En die angst komt met een aanval waardoor je zomaar een hele tijd ontzettend bang kunt zijn.

Er is denk ik nog een soort angst. Angst voor laat ik maar zeggen lijden en donker en ziekte: bang voor de tandarts. Bang als je ziek bent en je moet zware en nare behandelingen ondergaan. Bang voor de dood. Bang als je alleen bent komen te staan: hoe moet ik verder? Bang dat andere mensen je afwijzen, niet van je houden. Angst als je een heel moeilijk gesprek moet gaan voeren met iemand. Angst voor een tentamen, angst…….

Kortom…, er is véél angst in dit leven. En nu proberen we een link te leggen naar het geloof, naar God, naar Jezus. Dat is een verrassende keuze misschien. Zou geloven, zou God een reddingsboei kunnen zijn in de angst? Zou God een oranje lampje kunnen zijn in de slaapkamer als je bang bent in het donker? Kan Pasen in dit verband ook wat betekenen?  En hoe zou God een lichtje in het donker kunnen zijn? Iemand met wie je je angsten kunt delen en dat niet alleen, iemand bij wie je ook rust kunt vinden? Laten we naar het verhaal gaan met deze vragen in ons achterhoofd.

Als Jezus Jeruzalem binnenkomt wordt Hij onthaald door mensen met palmtakken én ze zingen. Hosanna. Dat klinkt in onze oren als “hoera, hoera, hoera”, alsof de koning binnenkomt. Nu zien de mensen in Hem ook een koning, maar dat Hosanna betekent niet “hoera”, maar het is een rauwe kreet: Help toch, help ons toch. Het heeft dezelfde rauwheid als bijvoorbeeld Bartimeüs, die aan de kant van de weg zit en keihard brult “Heer, Zoon van David, heb medelijden”.

Jezus heeft in een paar jaar tijd een enorme naam opgebouwd bij veel mensen. Een goede naam, een goede reputatie. Wat voor? Iemand met heel veel hart voor de mensen. Iemand die mensen niet afrekent op hun fouten. Iemand die mensen opzoekt, op hen afgaat. En dan vooral de mensen die echt in de knel zitten. Lichamelijk, financieel, psychisch. Mensen die een verlies hebben geleden, bij wie de dood een rol speelt. Ook naar de mensen die door anderen als “hopeloos geval” worden gezien. Als je naar de levens van al die mensen kijkt, op wie Jezus afgaat, dan zit er door hun ellende heen gevlochten ook veel angst.

Hij gaat er niet alleen op af, maar Hij heeft ook het vermogen, de kracht om ze te helpen. Dat is zijn missie, zou je kunnen zeggen. Of niet alleen: zou je kúnnen zeggen, maar zou je moeten zeggen. Johannes formuleert het eerder in zijn boek zo: alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft om de wereld te redden, niet te veroordelen. Dat redden, dat helpen met liefde, dat is zijn levensmissie. En dan redden in allerlei problemen van mensen van allerlei soort. Grote naam heeft Hij daar dus mee en nu Hij Jeruzalem binnenkomt komt het tot een soort climax. De rauwheid van de kreet: Help ons toch…..

Bij al die individuele mensen waar de boeken over Jezus over vertellen gaat het over donker. Bij Zacheüs, die geïsoleerd leeft en vastzit aan zijn geld. Bij Martha, die alleen maar kan stressen. Bij de Samaritaanse vrouw, die bij de bron ongelukkig zit te zijn vanwege 5 mislukte liefdesrelaties. En die bang is voor wat de mensen van haar vinden. Bij Jaïrus, die zijn dochtertje heeft verloren.

Dat donker is de rode draad, of misschien beter de zwarte draad, die zich in veel vormen manifesteert in het leven. Johannes vertelt dat Jezus het vaak heeft over “de heerser over deze wereld”. Een ander woord dat hij vaak gebruikt is “de duivel”, de in de war schopper. Het donker – ook zo’n woord –  in deze wereld. En nu gaat Jezus richting Jeruzalem om het gevecht aan te gaan met het donker zélf. De bron van angst. De bron van verdriet. De bron van ziekte. De bron waar giftig en verziekend water uit borrelt. De bron van haat, van jaloezie. De dood, het donker, heerser van de wereld, duivel, noem het hoe je het noemen wil. De kracht die dit leven verziekt en angst zaait. Ik denk dat velen van jullie wel de Harry Potter boeken kennen. Harry strijdt een aantal boeken lang tegen het kwade in allerlei gestalten. En uiteindelijk komt het aan op een gevecht met de heer van het kwaad, zelf, Voldemort. Eerst vecht hij tegen de symptomen, dán vecht hij tegen de veroorzaker zélf. Zoiets is het bij Jezus ook. Als Pilatus kiest om een onschuldige te vermoorden, dan is dat donker in hem, dat hem beheerst. Als Judas naar de hogepriester gaat is dat donker dat hem aanzet tot iets waanzinnigs. Als Petrus bést heel veel van Jezus houdt én zegt “Ik ken hem niet”, dan is dat het donker van de angst dat hem beheerst. Ga maar door…., maar de zwarte draad is “heerser van deze wereld”, donker, geef het een naam.

En dan vertelt Johannes dat Jezus báng is. Johannes is daar anders in dan de andere drie, Marcus, Lucas en Mattheüs. Die tekenen Jezus veel vaker als “bang” en vechtend. Die hebben bijvoorbeeld dat Jezus heel bang is in Gethsemané en aan het kruis is Jezus bij hen óók bang en van God verlaten. Bij Johannes is dat minder het geval – ik laat nu even achterwege waarom dat is – en dus is het heel bijzonder om hier als enige keer bij Johannes te lezen dat Jezus dus gewoon báng is. Daar zit voor mij om te beginnen iets heel troostrijks in en ik hoop dat het dat voor jullie ook is. Die angst van Jezus is als het ware een erkenning naar ons toe. Het ís niet raar dat je bang bent. Het is ook niet slecht of nog erger, ongelovig als je soms hartstikke bang bent. Dapper, zo stond in deze weken in het prachtige boekje voor de 40 dagen, is niet hetzelfde als niet bang zijn. Dapper betekent: je geeft toe dat je bang bent, dat je ergens verschrikkelijk tegenop ziet. En dan tóch met die angst leven en daarmee omgaan. In het boekje ging het dan bijvoorbeeld over Oscar Romero. Dat was een bisschop uit El Salvador, die opkwam voor de armen en tegen corruptie streed. Hij werd steeds meer bedreigd door de regering. Hij gaf gewoon toe: ik ben hartstikke bang om dood te gaan én hij ging door met zijn verzet, ondanks het feit dat hij in 1980 tijdens het opdragen van een mis inderdaad is vermoord.

Als Jezus sterft, die weg gaat, het gevecht met het donker aangaat is ook Hij doodsbang. Schaam je dus niet voor je angst! Je bent niet laf als je bang bent. Laat ik – met een kleine glimlach – vertellen dat ik zo’n twintig jaar geleden geopereerd moest worden aan een hernia. Ik moest die dag lang wachten en dan moet je je een hele dag overgeven. Ik las psalm 23 toen ik richting operatiekamer ging en voelde een vreemde mengeling van “gedragen zijn” én angst. Toen ik werd aangesloten op allerlei apparaten begon er iets vrij snel te piepen. Ik vroeg “wat piept daar toch zo snel….” Meneer, dat is uw hart….

Jezus gáát die weg dus toch! Ondanks de angst. En Hij vergelijkt zichzelf en zijn weg en zijn dood met een graankorrel, die in de grond gaat. Als je de graankorrel niet in de aarde stopt, blijft het een graankorrel, ongeschonden. Als de graankorrel wél in de enge donkere aarde gaat, dan sterft de graankorrel. En…, tegelijk er komt nieuw leven uit. Na verloop van tijd komt er iets kleins groens boven de aarde, dat gaandeweg uitgroeit tot een stengel met daar bovenin een aar. Met talloze nieuwe graankorrels. Het sterven van dat ene korreltje, de weg van de ondergang, de engheid in, het donker in, is de enige weg om nieuw leven te geven. In veelvoud!

Ik kan het niet precies verklaren, maar de keuzes die Jezus maakt, pakken wonderwel goed uit. Ik snap heel goed, dat het lastig is om te geloven dat iemand écht sterker is dan de dood. Het maakt Pasen – dat we gaan vieren – tot een feest dat vól hoop zit én ook vol “kan dat echt….?” Bijna alle bijbelgeleerden zijn het erover eens dat de evangelieverhalen niet geschreven zouden zijn, dat de verhalen over Jezus niet opgeschreven zouden zijn, als Jezus niet sterker dan de heerser van de wereld, dan het donker, dan het graf zou zijn geweest. Als Jezus niet was opgestaan, waren die boeken er niet. Ik laat dat gewoon staan als een feit, als een gegeven. Tegelijk is het een gegeven, dat al eeuwenlang heel veel mensen hélpt in hun angst. En niet alleen “heel veel mensen al eeuwenlang”, maar mensen onder ons tot op de dag van vandaag. Hoe?

Ik zie het dat mensen als ze gaan sterven uiteraard bang zijn. Waar ga ik naar toe? Is er wel wat? Is dat niet laf, niet ongelovig? Nee, angst is menselijk. Tegelijk zie ik óók dat mensen in die angst een houvast hebben, dat hen helpt tóch die onbekende weg te gaan: in het vertrouwen, dat God leeft, dat Jezus leeft en dat je door de dood heen veilig bij Hem bent.

Ik zie dat mensen die alleen verder moeten – of dat nou na een scheiding is of na een overlijden – hun verdriet, hun somberheid én hun angst van “hoe moet dat nou verder….” delen met God. En dat dat hélpt. Niet dat het dan 1,2,3 over is, zo werkt het niet, maar wél dat je een houvast hebt, een uitlaatklep, een steunpunt. Een kracht om tóch door te gaan.

Ik zie dat mensen die zichzelf maar slecht kunnen liefhebben en die vaak zich afvragen wat zullen de anderen wel niet van me vinden, houvast hebben en van zichzelf leren houden, als ze zien dat Jezus van niet perfecte mensen houdt, zielsveel houdt. Geloven in God als bron van “ik mag er zijn met alles wat in me is en ik word niet afgewezen als ik fouten maak”.

Ik zie, dat mensen die ruzie hebben met andere mensen, of in hun relatie aan het worstelen zijn, inspiratie halen om tóch door te gaan. Ik zie dat mensen die ziek zijn in hun ziekte kracht, moed krijgen door te bidden. Niet dat de ziekte dan in 1 keer over is, maar er komt een extra hulpbron bij, die zó wezenlijk is. Naast lieve mensen om je heen, naast deskundige dokters.

Geef Mij nu je angst…., Ik geef je er hoop voor terug. Hosanna, help toch….. Hoe het precies werkt? Hoe God je helpt, ons helpt? Ik weet het niet. Het is het geheim van de graankorrel, die angstig en wel in de aarde terechtkwam. Het is het verhaal van Jezus die het gevecht is aangegaan. Het is het feest dat we volgende week vieren, dat Hij het gevecht gewonnen heeft. Het is het vreemde en prachtige fenomeen, dat die overwinning, dat Hij zó levend is, dat wij er – werel

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.