Deel je verbondenheid

Lieve mensen,

Eigenlijk is een kind krijgen vanaf het begin verbonden met… “loslaten” én verbonden blijven. Het begint al op de dag van de geboorte. Waar een baby eerst nog veilig in de buik van de moeder zit – soms met veel complicaties….. – komt onherroepelijk het moment dat het kind het lichaam van de moeder verlaat. En vaak is het dan de vader die gevraagd wordt door de verloskundige om de navelstreng door te knippen. Doet die vader dat niet, wordt die navelstreng niet doorgeknipt, dan kan het kind niet beginnen met leven. En dat is als het ware het tweede “loslaten en losmaken”.

Dan is er uiteraard heel veel koesteren en vasthouden en wiegen en liefhebben. We weten uit onderzoeken, dat bijvoorbeeld kinderen die in weeshuizen groot worden en die de fles krijgen, maar daarbij niet of nauwelijks worden geknuffeld en vastgehouden later enorme problemen krijgen. Hechtingsproblemen. Je kunt te weinig vastgehouden worden, voelen dat ze van je houden.

Tegelijk is er dan ook het gegeven dat het kind wél zelf zal moeten gaan leven, en uiteindelijk op eigen benen moet gaan staan. Dat is in het begin met kleine stapjes. Zelf ben ik net opa geworden en ik zie bij onze Martine en Arnold wat het voor grote stap is, als je zelf als ouders voor het eerst even weggaat zónder je kind. Ja, dat blijft dan veilig achter bij opa en oma en dat is dan voor ons weer een feestje. Maar later krijg je de oppas, de peuterspeelzaal, de Elzenhof…. Loslaten en verbonden blijven….. En nog weer later wordt je kind een puber…. Hoe zal dat gaan? Komen ze daar doorheen op een goeie manier? Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen…..

In zekere zin is dat loslaten en verbonden zijn wat je altijd blijft als vader en moeder precies hetzelfde als wat God met ons mensen doet, zoals de bijbel dat vertelt. Hij maakt ons, hij gunt ons leven en bij dat leven ook de vrijheid om zélf te kiezen. Om zélf wat van je leven te maken. Met alle risico’s van dien…., het kan ook erg mis gaan. Dat is iets waar je liever niet aan denkt, maar het is óók het leven.

Er zijn als het ware twee uitersten, die je kunt gaan. Ik vertel jullie het verhaal van een adelaar die op jonge leeftijd per ongeluk in een kippenhok is terechtgekomen. De kippenboer zorgt goed voor de adelaar, geeft hem kippenvoer. Als zijn vleugels gaan groeien en hij gaat fladderen, dan kortwiekt de boer de adelaar, net zoals hij dat bij de kippen doet. Steeds meer gaat de adelaar lijken op een kip. Maar wel op een ongelukkige kip, want hij kan zich niet ontplooien. Te beschermd, te gekortwiekt. Op een dag komt er een bioloog bij de kippenboer en die zegt: maar dat is een adelaar, die moet toch kunnen vliegen? Ja, zegt de boer, je hebt wel gelijk, maar ik heb een kip van hem gemaakt, kijk maar.

Toch pakt de bioloog de adelaar op en zegt “vlieg……, jij bent een adelaar, durf en ga!”, maar de adelaar ziet de kippen weer kippenvoer pikken en gaat terug en pikt mee. “Kijk,” zei de boer, “zie je wel, ik zei het je toch.” De volgende dag komt de bioloog terug en neemt de adelaar mee en zet die op de rand van het huis en zegt opnieuw “vlieg, adelaar, vlieg, je bent een adelaar….” Maar de adelaar met z’n goede ogen ziet beneden de kippen graantjes meepikken en gaat opnieuw terug en pikt z’n graantjes mee. Op de derde dag – dat is natuurlijk niet voor niks, de derde dag is de dag van het nieuwe begin, van het echte leven – probeert de bioloog het nog één keer. Hij neemt de adelaar mee naar een hoge berg en zegt opnieuw: “je bent een adelaar…., vlieg en strek je vleugels”. Opeens strekt de adelaar z’n vleugels en hij vliegt….!

Je kunt met je liefde je kind zó beschermen dat het niet kán uitvliegen. Angst….. Maar…, aan de andere kant weet je natuurlijk nooit waar het kind allemaal tegenaan kan vliegen, als het groot wordt. Komt het allemaal wel goed?

In de bijbel is ook een prachtig ánder verhaal over de adelaar. Dat is een verhaal van Mozes, die een leven lang is opgetrokken met het volk Israël door de woestijn en nu – vlak op het moment dat het volk de Jordaan zal overtrekken – afscheid gaat nemen. Loslaten…. En verbonden blijven. Kan dat volk wel zonder hem? Kan je kind wel zonder je? Volwassen worden gaat met vallen en opstaan. Mozes ziet dan iets dat je in die woestijnachtige omgeving wel vaker ziet: een adelaar die zweeft boven z’n jong. Dat jong moet zélf leren vliegen. Als hij of zij onder z’n jong vliegt, dan kan dat jong misschien denken: pa en moe hebben geen vertrouwen in me…., ze laten me wel los, maar ook weer niet echt, want ze vliegen vlak onder me… Ik kan mijn eigen fouten niet maken. Daarom vliegt die arend, die adelaar bóven dat jong. En als het moet…., mocht het onverhoopt fout gaan, dan is er een pijlsnelle duikvlucht van de adelaar om z’n jong op te vangen. Loslaten…., en verbonden blijven.

Nu heb ik nog helemaal niks gezegd over de tekst die we hebben gelezen. Die bewaar ik bewust voor het laatst. Die tekst uit Jesaja wordt gezegd in de tijd van de Babylonische ballingschap. Wat is dat ook al weer? Dat is de donkerste tijd uit de geschiedenis van Israël. Het is, zeg maar, de tijd waarin het écht goed mis is gegaan met het volk, met het kind van God. Het volk, de oogappeltjes van God, zijn door hun eigen keuzes gedeporteerd. Weg uit het vertrouwde Israël, met geweld gebracht naar Babel, het huidige Irak. En ze voelen zich diep beroerd en diep wanhopig. Beland in de goot, dat wat je voor je kind niet wilt, dat wat God voor z’n kinderen niet wil. Het is de donkere kant van vrijheid, dat we soms ook finaal klem kunnen komen te zitten. Dat wat je nooit wilt voor je kind en waar je op een dag als vandaag met die lieve kleintjes al helemaal niet aan wilt denken. Tegelijk worden kleintjes ook groot en is de doop, de belofte van God, niet alleen iets voor het prille begin, maar is God de God die zich op leven en dood, voor goede en kwade dagen met ons verbindt. Die weet van loslaten, van ons de vrijheid gunnen, die ons álle geluk van de wereld gunt en die tegelijk ons mensen maar niet kán loslaten. Misschien komt dat wel het meest duidelijk naar voren in Jezus. Die blijft allerlei mensen maar opzoeken van wie anderen al lang zeggen: waardeloos geval, kun je niks mee. “Niks waardeloos geval”, is telkens het antwoord van Jezus. Ook déze is een mens van God, bestemd voor het geluk. Jullie kinderen zijn gedoopt in de naam van díe Jezus en verbonden met Zijn Vader, onze goede Schepper.

In die ellende, gaat dan opnieuw de stem van God klinken: ik ben met jou. Ik roep jou bij je naam, ik vergeet je niet. Als je door flink wat ellende heen moet…., Ik laat je niet in de steek.

Opvoeden is loslaten en vertrouwen. En nooit helemaal weten hoe het zal gaan met je kinderen. Het is prachtig om vader en moeder te zijn. Om opa en oma te zijn. Maar het is ook machtig kwetsbaar. In mijn werk kom ik veel mooie dingen tegen én veel ellende. Die ellende laat mij nooit onberoerd, maar waar ik het allerkwetsbaarst in ben…., dat zijn mijn kinderen. In dat alles, in dit prachtige én kwetsbare leven is er óók de belofte van de doop. Dat wat er ook gebeurt in jouw eigen leven, dat wat er ook gebeurt in het leven van je kinderen, de Schepper vindt ons zó belangrijk en houdt zo allemachtig veel van ons, dat Hij ons en onze kinderen niet in de steek laat. We gaan met elkaar het mooie en kwetsbare pad van het leven, jullie nu met je kinderen. Maak van deze mooie adelaartjes geen gekortwiekte kippen. Leer ze vliegen, leer ze uitvliegen. Leer ze fouten maken.. Vlieg erboven en hou ze in het oog en bescherm ze waar je kan. En in dat alles: jullie en je kinderen – wij allemaal – we zijn niet alleen. Zie, ik heb je bij je naam geroepen, je hoort bij mij….. Ik hou zóveel van je. Amen.

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.