De tuin in bloei!

Lieve mensen van Jezus Christus,

Vandaag vieren we een bijzonder feest. Misschien is het wel een absurd feest. Als het me een klein beetje lukt om jullie om te beginnen dáár wat van te laten voelen, dan is er misschien al veel gelukt op dit feest.

Vandaag vieren we dat een Joodse man van lang geleden, een zekere Jezus van Nazareth ooit rond het jaar 30 uit een graf in Jeruzalem is opgestaan. Dat doet Hij na eerst één tot drie jaar in Israël te hebben rondgelopen en over God te hebben verteld én allerlei tekenen te doen. En in de lange kerkelijke traditie is er gezegd: wat daar en toen lang geleden is gebeurd is een beslissend punt geweest in de geschiedenis van de hele wereld. En is het nog.

Ik probeer het nog even wat scherper neer te zetten. Rond het jaar 130 is er in Jeruzalem een zekere Simon bar Kochba, Simon, de zoon van de ster. Door velen wordt hij gezien als de Messias van de Joden. Hij zal het volk bevrijden van de Romeinen. Net als Jezus van Nazareth sterft hij een vreselijk gewelddadige dood. En vanaf dat moment worden de Joden door de Romeinse keizer (Hadrianus) verdreven uit Jeruzalem.  Dat is rond het jaar 132. Net als Jezus van Nazareth heeft Simon dus 2 jaar heel actief als teken van hoop rondgelopen voor de Joodse mensen. Voor velen in die dagen is die klap zo groot dat ze alle hoop op de komst van wat voor soort Messias dan ook verliezen. Jullie hebben vermoedelijk nog nooit van Simon gehoord. Ik moet iedere keer ook weer opzoeken hoe hij ook al weer heette.

Beiden zijn van lang geleden. Beiden zijn Joods. Beiden hebben ca 2 jaar opgetreden. Beiden waren teken van hoop voor het Joodse volk. Beiden zijn door de Romeinen gewelddadig afgeslacht. Rondom Jezus vieren miljarden mensen over de hele wereld al 20 eeuwen feesten en geloven in Hem. Simon is verdwenen in de loop van de geschiedenis…. Het verhaal van Jezus gaat tot op de dag van vandaag de wereld door. Zijn leerlingen zijn niet in Galilea gebleven om daar hun leven als visser weer op te pakken, wat in alle angst rond het sterven heel begrijpelijk zou zijn geweest. Maar ze zeggen dat zij dáár ontmoetingen hebben met Jezus en die leiden ertoe dat ze hun netten en hun huizen definitief verlaten. Ze trekken de wijde wereld in en gaan over Jezus van Nazareth vertellen, dat Hij de Messias is. Het is de bron van de rivier, die zich wereldwijd vertakt en waar wij nu uit drinken.

Hoe absurd wil je het hebben? Waar het door komt? Laten we nu het verhaal binnengaan om te kijken of we het kunnen snappen. Of misschien is snappen het goede woord niet helemaal, maar is “raken” een beter woord. Het gaat nl. ergens het verstand te boven, maar het kan diep van binnen een enorme hoop in ons losmaken.

Het verhaal begint op de eerste dag na de Sabbat. Nu schrijft Johannes zijn boek over Jezus zó, dat hij heel veel verbanden legt naar het oude testament. Johannes schrijft nl. dit verhaal niet voor mensen uit 2018, maar vooral voor Joodse mensen uit ongeveer het jaar 90. En die Joodse mensen zijn heel erg met elkaar aan het discussiëren over wie toch die Jezus uit Nazareth is geweest. Een valse Messias, zoals Simon Bar Kochba, een tragische figuur? Of is Hij de échte Messias, zoals een flinke groep Joodse mensen én niet Joodse mensen steeds meer gaat geloven.?

Op de eerste dag van de week dus. Johannes wil zijn Joodse lezers meenemen naar Genesis 1. Naar het verhaal van hoe God de wereld begint, met het maken van een tuin, met een wereld wárm en bewoonbaar. Waar mensen in vrede met God en met zichzelf en met elkaar kunnen wonen. Waar aan het einde van dát verhaal een man en een vrouw zijn die met God en elkaar gelukkig zijn, in die tuin. Aan het begin van de eerste dag, gaat Maria nog in het donker – er is nog geen leven – naar het graf. Zo begint het eerste boek in de bijbel dus ook:

11In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.3God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.

In het donker van die eerste morgen gaat Maria uit Magdala, op pad naar het graf van Jezus. Er zijn heel veel verhalen over Jezus en Maria van Magdala, maar de bijbel is eigenlijk heel sober over haar en Jezus. Jezus heeft haar ooit bevrijd van 7 demonen. Ze moet psychisch enorm in de war zijn geweest, niet meer het idee hebben gehad dat ze zelf baas was over haar gedachten, gevoelens. En Jezus heeft haar daar toen bij geholpen en sinds die tijd is ze altijd bij Hem en bij de groep om Hem heen geweest. Volgeling, zo zou je haar kunnen noemen.

Maar nu zitten er geen verwarde gedachten in haar hoofd door demonen maar is ze gewoon ontzettend geschokt en verdrietig, zoals wij dat zijn als we iemand van wie we ontzettend veel houden verliezen. Rouw, hartzeer, pijn. En vermoedelijk ook bang en geschokt vanwege de gewelddadige dood. Ze heeft haar vriend zien sterven op een afschuwelijke manier.

Ze komt bij het graf en dan wordt de ellende nog groter. Soms gaan mensen de dag na de begrafenis van hun geliefde direct al naar het graf van je geliefde toe. Je weet wel dat diegene daar eigenlijk niet is, maar toch wil je er naar toe, want zijn of haar lichaam is er wél en je móet er even naar toe. En dan zal het je toch gebeuren, dat dat graf leeg is of geschonden. Er is al veel geweld rond het sterven van Jezus, één en al geweld en dan flikken ze ook nog zoiets. Wie heeft dit gedaan? Wie heeft dat lichaam meegenomen?

In paniek gaat ze naar zijn vrienden en zegt: het is allemaal nóg erger, nou hebben ze zijn lichaam ook nog uit het graf gehaald. Johannes en Petrus gaan mee. Ze rennen samen, maar zo vertelt Johannes de evangelist, Johannes kan harder lopen dan Petrus. Maar Petrus is dan weer wat driester als hij bij het graf komt. Want Johannes staat te kijken in het graf en ziet daar de linnen doek liggen waarin Jezus heeft gelegen. Maar Petrus  stapt het graf binnen, ziet daar diezelfde doek liggen én hij ziet nog meer: de doek die Jezus om zijn hoofd had toen Hij begraven is ligt netjes opgerold op een andere plek dan de andere doeken.

Dan gaat Johannes ook naar binnen en die geeft een totaal andere interpretatie dan Maria. Dit is geen grafroof. Dit is niet een kwestie van nog meer geweld. Dit is een keerpunt in de tijd. De man die ze zo bijzonder vonden, de man door wie ze hun onzichtbare God leerden vertrouwen en beter leerden kennen, die man is hier niet meer, maar Hij is door de dood heen weer levend geworden. Hij geloofde, schrijft Johannes. Hij durft het idee aan, dat er hier iets heel bijzonders is gebeurd. De dood heeft deze mens, deze geliefde niet vast kunnen houden. Het geweld dat een einde heeft gemaakt aan deze mens vol van Gods liefde is niet het einde en heeft de hoop en de liefde niet gestopt. De liefde wínt, Jezus is opgestaan. Hij geloofde, hij vertrouwde, dat dát er aan de hand was.

Dat is natuurlijk een ongehoorde uitspraak. Ik snap dat met mijn hoofd niet. Het gaat in ieder geval mijn en ik denk ons aller verstand te boven. Misschien op een bepaalde manier wel tegen ons verstand in. Maar dit deel van het verhaal van Jezus van Nazareth, dit is – samen met alle andere verhalen en woorden die bij zijn leven horen – de drijfveer voor die leerlingen, die volgelingen om zich níet terug te trekken in Galilea en daar oud te worden en dood te gaan. Dit deel én alle andere verhalen over Jezus zijn voor hen de motivatie om de wereld in te trekken. Tegen hun eigen angsten voor de Romeinen, voor geweld in.

Ik hoop dat we zo iets voelen van het absurde van wat er hier gebeurt, dat we hier nog steeds om Hem samen zijn. Hardenbergse mensen, 2000 jaar later ver weg in de tijd, qua afstand ver weg van Jeruzalem. Maar het verhaal is blijkbaar tijd en afstand overbruggend.

Toch wil ik er nog een stap bijzetten. Dat we niet in het absurde blijven, maar dat het ook dichterbij kan komen, betekenis kan krijgen in ons leven. Dan moeten we verder het verhaal in.  Petrus en Johannes gaan dan terug naar huis, Maria blijft achter in intens verdriet. Als zij het dan waagt om haar hoofd in het graf te steken, ziet ze twee figuren in het wit zitten. Laten we dat nu even niet te snel wegwuiven. Ik ken Hardenbergers, ik ken mensen onder jullie, die heel nuchter zijn. En verreweg de meesten van jullie – ik reken mezelf daar ook onder – hebben nog nooit zoiets meegemaakt. Maar er zijn mensen – echt nuchter, net als jullie en ik – die soms bijzondere dingen meemaken, ook met engelachtige figuren. Dat is zo bijzonder dat ze er niet altijd over durven praten, uit angst om voor gek versleten te worden. Dat maakt vaak diepe indruk op hen. En soms vinden ze het zo lastig dat ze het ook moeilijk vinden om het met God, met geloven te verbinden. Ik hoor die verhalen te vaak om te denken dat het onzin is. Dat is het niet. Maar het is óók zeldzaam.

Maria ziet die mannen in het wit ook, maar het doet niets met hoe ze zich voelt. Ook niet als die figuren in het wit haar vragen:  vrouw waarom huil je? Als jullie hem dan misschien hebben meegenomen zeg me dan alsjeblieft waar je Hem hebt neergelegd. En dan draait ze zich om, uit het graf en dan is er een beetje een grappig woordspel van Johannes, rond dat “omdraaien”. Als ze zich omdraait, letterlijk, ziet ze Jezus staan, maar ze ziet niet dat het Jezus is. Te verdrietig, te vast in zichzelf. Hij vraagt haar ook : vrouw, waarom huil je? En Johannes, die houdt van taal, maar van meer dan dat, hij probeert ons aan de tuin te laten denken uit Genesis 1. Hij probeert ons aan de goede bedoelingen van de Schepper te laten denken en Maria denkt dan dat het de tuinman is. Dat is Jezus in zekere zin wél. Het is in Genesis 1 én 2 de bedoeling dat de mens de tuin beheert, tot bloei brengt, het leven mooi maakt. En dat het verhaal uitmondt in een bloeiende tuin met daarin een man en een vrouw.

Dan noemt Hij haar naam: Maria! Dan, zo vertelt Johannes draait ze zich weer om en zegt ze Rabboeni, Meester! Letterlijk gezien, staat ze met haar rug naar hem toe nu. Twee keer draaien, de ene keer met je gezicht naar Hem toe, als je dan de andere keer draait, sta je met je rug naar Jezus toe. Maar dat is ook niet het punt: er gebeurt iets anders. Haar verdriet wordt doorbroken als ze haar naam hoort, dát is de tweede ommekeer in haar ziel en uiteindelijk wat het meest beslissend is.

Dat bedoel ik eigenlijk ook als ik zeg, dat ik het verhaal niet in het absurde wil laten staan, dat we alleen maar een soort van verbazing hebben over “dat dit verhaal zo lang geleden nog steeds over de wereld gaat”. Dat is vooral ons verstand. Het verhaal van Gods liefde wil uiteraard ook met ons verstand een ontmoeting hebben, maar komt meer binnen via het hart, via wat je meemaakt in je leven en hoe je je daaronder voelt. En dat is vaak een soort van proces, zoals dat bij Maria ook gebeurt. Dat kost tijd, soms veel tijd.  Dat je van diepe verslagenheid tot je eigen stomme verbazing weer anders in het leven komt te staan. Met meer hoop, met meer vreugde. Dat je leven lijkt op een tuin in de winter waar alles dood lijkt te zijn, dat je misschien zelf wel zo vol verdriet zit of somberheid, dat je de mooie dingen ook niet meer ziet die er ook zijn en dat  daar je ogen weer voor open gaan, gaandeweg. Met sprongetjes soms.

Ik noem zo maar een paar voorbeelden: ik ken mensen onder ons, die echt met zichzelf overhoop liggen en lagen. Psychisch, door wat er in het verleden is gebeurd, wat anderen hen aandeden, wat zij anderen aandeden en die door een hele worsteling heen tot nieuwe vreugde komen. Stapsgewijs hun levenstuin weer in bloei! En die in dat hele gebeuren daar kracht van God bij ervaren. . Ik zal jullie ook eerlijk zeggen, dat ik toen ik een paar jaar geleden begon aan die hele studie missionaire specialisatie knap somber was. Ik werk 30 jaar in de kerk en al die 30 jaar zien we achteruitgang, ook al hebben we hier in Baalder heel veel goeds, dat zie ik ook wel. Maar dan nog…., dat ging mij in mijn kouwe kleren zitten. Tegelijk heeft die studie en dan vooral wat ik in Engeland zag gebeuren, waar het evangelie en de kerk op sterven na dood waren weer nieuw, heel authentiek leven kreeg ingeblazen me opnieuw bezield en gestimuleerd om hier samen met jullie vooral door te gaan, ook als we misschien het nu in de kerk in Hardenberg zwaar gaan krijgen met achteruitgang, het gaat écht door, daar ben ik van overtuigd. Ik zie hoe we in deze wijk anders naar elkaar gaan kijken, vrijgemaakt en PKN én buitenkerkelijk. Allemaal mensen, gewoon mensen. En wij geloven dan: geschapen door God. Maar je manier van kijken naar dingen, mensen kan veranderen, omkeren, anders kijken naar elkaar en hoe hier soms in Baalder prachtige dingen bloeien, de Baaldertuin in bloei.

Paasverhalen zijn het, verhalen van nieuw leven, nieuwe bloei. Ik ken verhalen van mensen die zagen dat hun leven door ziekte zou eindigen. Afscheid moeten nemen en die in dat afscheid niet in de verbittering of de wanhoop terechtkomen, maar in vol vertrouwen op God sterven. Ik ken verhalen van mensen die alleen achterbleven na een scheiding of na een sterven, beschadigd, gehavend, verdrietig als Maria. En die door hun verdriet heen kracht vinden om verder te gaan. En die lieve mensen op hun pad ontmoeten én daarin ook God ervaren. Eigenlijk is dat precies wat er met Maria gebeurt: hun naam wordt genoemd, ze voelen dat zíj de moeite waard zijn, dat zij kracht krijgen. En in al die verhalen speelt het evangelie, speelt God een rol. Soms heel helder, soms op de achtergrond.

Wel, dat heeft allemaal te maken met dít feest en met Maria van Magdala die na de ontmoeting met Jezus op pad is gegaan om het de anderen te vertellen….. En dat verhaal gaat tot op de dag van vandaag niet gaan liggen en de naam van Jezus blijft maar rondzingen, terwijl de naam van Simon Bar Kochba zelden nog wordt genoemd. Amen.

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.