Bidden…

Lieve mensen van onze Heer Jezus Christus,
Bidden, daar gaat het vandaag over. Ik kom heel verschillende belevingen tegen rond bidden. Er zijn mensen onder ons die nooit bidden. Er zijn mensen onder ons die nooit méér bidden – omdat ze zijn afgeknapt – Er zijn mensen die sóms bidden. Er zijn mensen die vaak bidden. Ik hoop dat we vanochtend met elkaar zó de bijbel kunnen ontdekken, dat degenen die bidden dat mooi blijven doen. En dat mensen die moeite hebben met bidden misschien weer een nieuwe aanzet krijgen om dat tóch weer eens te gaan doen, bidden. En, misschien zou het ook zomaar kunnen zijn, dat er mensen onder ons zijn die met dit verhaal denken: maar dan ben ik misschien al lang bezig met bidden met God, zonder dat ik het zelf direct zo zou noemen.
Ik ga eerst maar aansluiten bij een dienst van december, over de almacht. Waarom? Omdat hoe je aankijkt tegen de almacht van God direct invloed heeft op hoe je aankijkt tegen bidden. Als je zegt “God is almachtig en Hij bepaalt alles, Hij draait aan de knoppen en als Hij anders aan de knoppen draait dan gaat mijn leven ook anders worden”, dan betekent bidden vooral: vraag aan God of Hij het leven anders wil laten worden. De loop van de dingen direct vanuit de hoge door een schakelaar om te zetten wil veranderen. Zoals Jesse nu achterin de kerk zit met een bedieningspaneel en als hij mijn geluidsknop uitzet, dan horen jullie me niet meer. En als ik hem vriendelijk vraag om het weer aan te zetten, dan horen jullie me wél weer. Maar wat gebeurt er dan met jou als gelovige als je dat een aantal keren hebt gevraagd en God doet niet wat je vraagt. Hij verhoort je niet. Luistert Hij dan niet? En vooral, als het toch niet gebeurt…., waarom zou je dan nog bidden? Ik denk dat er heel veel mensen zijn gestopt met bidden omdat er niet gebeurde wat ze vroegen. En omdat ze het idee hadden: we krijgen toch geen antwoord.
Maar is God zó God, dat Hij inderdaad ergens boven aan de knoppen zit te draaien als een Almachtige, zoals Jesse achterin de zaal zit? In de dienst over de almacht van God hebben we gezien dat het woordje almacht maar 10x voorkomt in de bijbel. En dan vooral in het laatste bijbelboek, de openbaring. Dat is een boek waarin de eerste christenen enorm onderdrukt worden en ze heel bang zijn. In die angst blijven ze zich vastklampen aan God en aan zijn trouw en aan Jezus. Dat vastklampen geeft hen de hoop – hoe bijzonder is dat – en het vertrouwen, dat uiteindelijk God sterker is dan de Romeinse keizer die als een beest tekeer gaat. Almachtig…., het is een woord dat hóóp uitdrukt, tegen de ellende in.
Kijk je namelijk naar de rest van de bijbel, dan zie je vooral dít beeld: een God die een relatie – verbond heet het in de bijbel – aangaat op basis van liefde en vrijheid. Het begint al direct in Genesis waar wij mensen mogen leven. Dat is ons heel hartelijk gegund. En bij dat leven hoort, dat God ons loslaat om zélf te kiezen. Je zou het kunnen vergelijken met die Vader in het bekende verhaal van die twee zonen. God kan niet verhinderen, dat we bij Hem weglopen. Je ziet het continu als rode draad door de bijbel heenlopen: er komen profeten, mensen die namens God spreken. Ze spreken de mensen áán, proberen contact te leggen. Proberen namens God invloed uit te oefenen op de mensen. Met wóórden. Maar als mensen niet willen luisteren…, het is onze vrijheid. Overigens, dat is dan wél het mooie en essentiële aan de liefde van God: Hij houdt niet op met van ons te houden. Het meest duidelijk wordt dat in Jezus: hoe probeert Jezus invloed te hebben bij ons? Zijn belangrijkste activiteit, vertellen de evangelisten, zijn zijn toespraken. Met woorden probeert Hij ons te leren hoe we góed kunnen leven. Maar ook Jezus kun je afwijzen, ook dat is de vrijheid van ons als mensen en dat gebeurt als Hij wordt gekruisigd. Dat Hij dan tóch een nieuw begin weet te vinden, door de dood heen en dat Hij dan naar de mensen toekomt met “vrede voor jou…..”, dat is de ultieme liefde. Opnieuw probeert Hij ons met liefde voor zich te winnen. Liefde dwingt niet. Liefde wil bij ons binnen komen en ons van binnen uit veranderen.
Kijk, en dat betekent dus óók wat voor hoe je tegen bidden kunt aankijken. Als God niet degene is die aan de knoppen draait…., maar als God degene is die in liefde met ons wil omgaan, dan is bidden het woordje dat dát weergeeft. Bidden is het communicatiemiddel hoe God in liefde met ons wil omgaan. In liefde, in relatie, niet in dwang.
Laat me dat concreet maken door naar Jezus zélf te kijken, want zijn leerlingen vragen op een zeker moment aan Hem: leer ons bidden. We kunnen de kunst dus van Hem afkijken. Wat opvalt aan Jezus is dat Hij herhaaldelijk eenzame plekken opzoekt om te bidden. Dat is dus al een belangrijk eerste punt. Je hebt rust, stilte nodig om te kunnen bidden. Geen muziek, geen stemmen, geen whatsapp, geen telefoon, stilte. En in die stilte kun je dan inkeren naar je eigen binnenkamer. Naar wat er allemaal leeft in jezelf. En wat er leeft in jezelf, dat kun je dus uitspreken, naar God. Als ik opnieuw het beeld gebruik van de relatie: ik hoop dat u, dat jij dat kent, dat je iemand hebt bij wie je jezelf zó veilig voelt dat je ook durft te vertellen, durft te laten zien wat er in je leeft. Aan gedachten, gevoelens, mooie en minder mooie dingen.
Het tweede wat Jezus aan zijn leerlingen leert over bidden is dat ze God aanspreken als Vader. Nou weet ik wel, dat voor sommigen dat een beladen woord is. Misschien wel omdat je eigen vader iemand was bij wie je je vreselijk onveilig voelde. Of misschien wel omdat je het een te mannelijk woord vindt voor God. Wat Jezus ermee bedoelt is dit: in zijn tijd is het absoluut niet te doen gebruikelijk om heel close te zijn met God. God is eerder iemand uit en in de hoogte, voor wie je bang moet zijn en voor wie je juist liever wilt verbergen wat er in je leeft. Het woordje “Vader” of juist het Aramese woordje “abba”, duidt op grote intimiteit. Op niks verborgen hoeven te houden. Als twee vrienden of vriendinnen die samen op pad zijn en elkaar alles kunnen toevertrouwen én die van elkaar weten dat ze elkaar niet zullen laten vallen. Dát is om te beginnen bidden. Dat kun je doen in je bed, dat kun je doen als je in een dagboek zit te schrijven, dat kun je doen als je door het bos loopt. Gewoon jezelf uitspreken naar God toe. Ik denk dat heel velen van ons het kennen. Als je zélf bidt, of als er iemand is die met jou bidt en die aan God verwoordt wat er in jou leeft. Een vreemd soort van “niet alleen zijn”, gehoord worden, je gehoord vóelen.
Ik gebruik niet voor niets het woord “wandelen”. Wat ik écht heel jammer vind, is dat in de nieuwe bijbelvertaling het woordje “wandelen” helemaal is weg vertaald. Zowel in het oude testament als in het nieuwe testament gebruiken de bijbelschrijvers het woordje “wandelen” als ze het hebben over hoe God met ons mensen wil omgaan. “Wandel voor mijn aangezicht”. Wandelen heeft iets rustigs in zich. De tijd hebben om je te bezinnen. Of in je eentje óf samen. Wandelen doe je met een goede vriend. Het levensverhaal van Henoch is zo’n beetje het kortste verhaal uit de hele bijbel. We weten eigenlijk niks van hem dan alleen dat hij met God wandelde gedurende zijn leven. Optrok met God als met zijn vriend.
Nu een stapje verder. Een derde punt dus. Je ziet aan Jezus dat Hij de stilte opzoekt, zijn leven deelt met zijn Abba, met God. En als zijn leerlingen Hem dan vinden, zegt Hij dit: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’
Er is dus wat gebeurd in die stilte. Zoals wanneer twee vrienden met elkaar op pad gaan en ze delen hun leven met elkaar, ze geven elkaar feedback, daardoor veranderen ze allebei. De ervaring van bidden, je leven delen met God is, dat het je oplucht én dat je ook op andere gedachten komt. Dat maakt ook, dat zeg ik er direct bij, dat bidden meer is dan alleen mediteren met en in jezelf. Er is het besef, dat als je je openstelt, God om je heen is. Je richt je tot de God van de bijbel, de God van Jezus. Je ziet het aan Jezus: zijn leven wordt beïnvloed en Hij trekt weg uit alleen Kafarnaüm, waar Hij woont en komt in beweging.
Je ziet het óók aan de opbouw van het Onze Vader. Eerst is er dat “onze Vader”. Daar zit dus in dat je alles mag delen. En daarna “Uw Naam worde geheiligd, uw koninkrijk kome, uw wil geschiede”. Misschien moet ik maar over dat laatste direct wat zeggen: letterlijk staat er “uw wil moet worden gedaan”. Het “Onze Vader” is het hárt van de bergrede. In die bergrede legt Jezus aan de mensen uit, hoe God graag ziet dat het leven eruit ziet. Hoe je om kunt gaan met mensen als je met ze in conflict leeft. Het zijn bijvoorbeeld die teksten over “je andere wang toekeren”. Hoe je om kunt gaan met geld en het kunt delen. Hoe je om kunt gaan met je zorgen. Dus opnieuw: Hij legt uit met woorden en doet met die woorden een appèl op ons. En leert ons dat bij dat volgen, bij het zoeken naar wat God wil, dat juist bidden dáárin een rol speelt.
Als je “uw wil geschiede” leest uit de almacht “zoals U aan de knoppen draait, daar moet ik me maar bij neerleggen”, dan mis je nét de betekenis. Het gaat erom, dat wij zó onder de invloed van God komen, dat we in ons dagelijks handelen ons laten inspireren. Jezus komt op andere gedachten dóór de stilte op te zoeken en daarin God te zoeken. Bidden is dus veel meer dan “ik leg mijn vragen voor aan degene die aan de knoppen zit”. Bidden is: ik mag mijn leven delen met God en als ik stil ben en ik leef in zijn Woorden en in zijn waarden, dan zul je zien, dat mijn leven door Hem wordt beïnvloed. Als ik het in heel concrete taal zeg: dan zul je God tot je horen spreken. Niet zozeer met de oren die aan je hoofd zitten, maar ergens diep van binnen, omdat er nieuwe inzichten over een bepaalde situatie, hoe je daarin kunt handelen, wijsheid kunt krijgen voor bepaalde keuzes die je maakt. Dat is het geheim van Henochs leven: wandelen met God.
Misschien zeg ik voor sommigen van jullie wel niets nieuws. Voor anderen misschien juist wel. Maar ik denk – of laat ik zeggen ik weet, want ik zit zelf dagelijks 2x een kwartier zó op een bidkrukje en zoek Hem op die manier – dat er op die manier een geweldige kracht en inspiratie uitgaat van bidden. Niet dat je altijd contact hebt, dat is niet waar. Maar déze manier van met God omgaan brengt je zóveel meer dan “God alles vragen”. Dit is de manier van een God die met ons wil omgaan op basis van liefde en vrijheid. Dit is de manier waarop God met ons wil omgaan door ons te inspireren met Zijn liefde, zijn Geest. We zijn geen marionetten, die dan worden bestuurd uit de hoge, maar we zijn partners, kinderen, mensen van God. En we worden geïnspireerd om zélf te leven en zélf te kiezen door ons daarbij te laten leiden door Zijn woorden. Wandelend. Ik denk, lieve mensen, als bidden zó een kracht, een bron is in ons leven, dat het jezelf heel goed doet en je omgeving ook. En tegelijk, als we dat als bron weten aan te boren gezamenlijk, hier als gemeente, dat het ons óók helpt om Gods inspiratie onder ons en in ons aanwezig te laten zijn.
Wie weet ben je wel op een nulpunt beland met bidden. Wie weet zou het je kunnen helpen om zó het contact weer op te pakken. Deel je leven met God, probeer maar de stilte te zoeken. Probeer maar te horen wat er in je hart leeft en het te delen met God. En kijk dan maar eens wat er kan gebeuren. Nieuwe openingen, jij die anders tegen jezelf, je omgeving, het leven aankijkt. Amen

Reacties op Facebook
Over de schrijver

Laat een reactie achter

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.